startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk

lees ook:
De verloren eer van kinderen op de Werkschuit



Kinderen en Letteren
Er staat wat er staat

Het is meer dan honderd jaar geleden dat Antonin Artaud geboren werd
Dat ik die Franse theatermaker hier aanhaal en niet bijvoorbeeld Paul van Ostaijen, die toch ook honderd jaar geleden werd geboren is vanwege één zin uit zijn Verzameld Werk.
Eén zin van één Franse gek voor een conferentie over Kinderen tussen Letteren.
Welke zin? Het is niet de voortdurend terugkerende uitspraak van Artaud dat al het schrijven gezeik is, hoewel: drieëntwintig kloeke delen Verzameld Werk - dundruk - waarin steeds gezegd wordt dat al het schrijven gezeik is, is wel fascinerend, literaire vormers.
Het is ook niet Artauds voortdurend pleidooi voor het afschaffen van meesterwerken, hoewel ook dat pleidooi door een beetje literaire vormer ter harte genomen zou kunnen worden. Nee, het is een andere zin.
In zijn eerste manifest over wat hij noemt het Theater van de Wreedheid, vertelt Artaud uitgebreid hoe techniek, thema's, decor en spelers van een wezenlijk theater zouden moeten zijn. Dan spreekt hij plotseling ook over het publiek, over de mensen waarvoor je het doet. En dan noteert hij over dat publiek zegge en schrijven één korte zin: "Eerst moet dit theater er zijn"
Hij wil pas iets over het publiek zeggen als de voorstelling er is.
"Eerst moet dit theater er zijn"
In de afgelopen jaren als docent en begeleider komt deze zin steeds weer bij me terug:


Eerst moeten de kinderen en de teksten er zijn

Zelfs vandaag. Als Henk van Faassen zegt:
"Je kunt zo'n dag over kinderen en letteren niet beginnen voordat er kinderteksten geklonken hebben" denk ik: inderdaad "Eerst moet dit theater er zijn"

Wanneer in de werkgroep over lesbrieven, die ik vanmorgen bijwoonde, sommigen zich sterk maken voor een doortimmerde lesbrief waar ze zich dan ook nog aan willen houden denk ik:

Eerst moet de les er zijn en dan pas de lesbrief
Het klinkt paradoxaal, maar vergelijk het met de liefde.
(Als je iets niet begrijpt moet je het altijd gewoon met liefde vergelijken)
Een mens alleen vervalt nogal een in de fout te gaan opsommen wat hij voor de komende liefde zoekt. En iedereen weet:
"Eerst moet de liefde er zijn, dan pas weet je wat je zocht"

"Eerst moet dit theater er zijn"
Een ander voorbeeld: Mensen die schrijven en dan vooraf gaan denken waarvoor ze schrijven - bijvoorbeeld een prijsvraag - of voor wie ze schrijven - bijvoorbeeld voor wat zij kinderen noemen - En dan vervolgens verbaasd zijn dat wat zij schrijven door wat zij kinderen noemen niet wordt gewaardeerd.

"Eerst moeten er kinderen zijn"
Als je voor ze schrijft.
En zeker wanneer je met ze schrijft.
Of wanneer je ze begeleidt in het schrijven.

"Eerst moeten er kinderen zijn"
Het je vooraf verdiepen in de groep waarmee je gaat schrijven - daar is het woord doelgroep voor uitgevonden - is dodelijk voor iedere schrijfdidactiek.
Eerst zijn er kinderen voor je neus en dan pas volgt er een les. In je hoofd zijn ze misschien een doelgroep. Voor je neus zijn ze dat nooit.
Kinderen zijn veel. Ze zijn boos, blij en verdwaald.
Ze zijn veel, maar één ding zijn ze niet: ze zijn geen doelgroep.
Volwassenen trouwens ook niet.
Ouderen niet.
Bejaarden niet.
Homoseksuelen niet.
Allochtonen niet.
Zelfs Literaire Vormers niet.
Een doelgroep suggereert een doel en een groep.
Het zou wel eens kunnen dat er binnen het schrijven met mensen noch een doel noch een groep bestaan.

Er bestaat geen doel en geen groep
In plaats van doelen bestaat er de start. In plaats van een groep bestaan er individuen.
Er bestaat een start en een individu.
Als je je niet met doelgroepen bezig houdt denkt men snel dat je alleen maar aan jezelf denkt.
Dat is een misvatting.
Je niet met een doelgroep bezighouden is je radicaal bezighouden met starten en met individuen.
En dat nu traint taaldrukken: starten met individuen.

Wat is starten eigenlijk
Wat is beginnen? We doen allemaal zo vreemd over schrijven en lezen.
Eigenlijk is er maar één probleem: We willen niet beginnen.
Daarmee bedoel ik niet de blokkade, de afleiding of het drukke leven.
Nee, het is het starten zélf dat ons tegen staat. Want beginnen met schrijven suggereert dat er eerst niet schrijven is en dan plotseling wel. En dat dat iets betekent.

Ik moet u wat bekennen
Ik wil niet beginnen.
Niet als ik schrijf, niet als ik praat. Je wil erin glijden, je wil ineens in een tekst zitten die samenvalt met de ervaring en die er eigenlijk niet na komt.
De tekst die zelf tot een ervaring wordt.
Schrijven is dan niet iets nieuws, iets oorspronkelijks creëren, maar geruisloos binnen sluipen in een tekst. Het is een soort inhaken, zoals je in een gesprek inhaakt waarin je al pratend merkt wat je zeggen wou.

Veel mensen kennen, denk ik, zo'n verlangen niet te beginnen met spreken of schrijven, maar het binnen te sluipen, erin te glijden.
Het kan een lezing zijn, of een les, of een tekst.
Het verlangen om van meet af aan al aan de andere kant van de tekst te zijn om maar niet het eigenaardige, het angstaanjagende, het misschien wel onheilspellende, dat er in het schrijven zou liggen, van buitenaf binnen te moeten gaan.
Want dat is beginnen zo vaak: van buitenaf binnengaan.

Taaldrukken leert om beginner te zijn en geruisloos te starten
Dat leren beginnen zonder de plechtigheid van het begin, overlapt mijns inziens het 'belangeloos benoemen' waar Geert Koefoed zo prachtig over gesproken heeft.
Beginnen als glijden in de taal is voor alle schrijvers van belang. Schrijvers van iedere leeftijd en van ieder niveau.
De term Literaire Vorming suggereert dat er verschil zou zijn tussen literair en niet literair. Dat is er niet.
Er is ook geen verschil tussen gevorderden en beginners.
Een gevorderde is een beginner die al zo lang beginner is dat hij gevorderd is in het beginner zijn. Iedere deugdelijke didactiek van schrijven traint het beginner zijn.
Taaldrukken heeft dit voortdurende beginnen, dit onophoudelijke starten, het onaflatende aanvangen, tot kunst verheven.
Tot kunst.
Daarmee is taaldrukken basis voor iedere schrijfdidactiek.
Taaldrukken geeft oefeningen om je te laten beseffen dat je allang bezig bent. Dat je allang schrijft.
Dat je allang begonnen bent.

Eerst moet de conferentie er zijn
Ik zou een lezing houden ter afsluiting van deze conferentie. Dat kun je niet voorbereiden.
Eerst moet de conferentie er zijn, dan pas kun je hem afsluiten.
Daarom heb ik de zinnen van Henk en Geert nodig gehad.

Eerst moet de tekst er zijn
Eerst moet de tekst er zijn, dan pas kan er geschreven worden.
Tekst, geen intenties vooraf, geen doelgroepen, geen lesbrieven, tekst.
Met elkaar geruisloos de tekst binnensluipen, het onzegbare binnenglijden.
Om nog eenmaal Henk's nieuwe boek te citeren:
"Je zou kunnen zeggen dat de natuur pas bestaat als er door de kunsten aandacht aan geschonken is, als er een schilderij van gemaakt is, of een gedicht over geschreven is."
Als alles wat er is, er pas is als het gezegd is.
Is er dan nog wel iets dat onzegbaar is?
Of krijgen we kippenvel van de verpletterende werkelijkheid:
Er staat gewoon wat er staat.

Nirav Christophe
docent aan de schrijfopleiding van de HKU