Kinderen
willen begrijpen en begrepen worden
Hoe Charlotte schrijven
leerde
"Kijk,
er staat niet wat er staat. Nou ik zie het anders wel. Wat zie
je dan? Nou dat zie je toch?"
(Charlotte Mutsaers)

De
taalontwikkeling van heel jonge kinderen speelde zich
voorheen vooral af op de schoot van de moeders thuis. Op de schoot
van de werkende moeders bevindt zich tegenwoordig een laptop en
haar kinderen zitten in de crèche. Is het daarom dat men
de fase van het gestructureerd taalaanbod verschoven wil zien
naar de voorschoolse educatie? Het betekent in ieder geval dat
de rol van de begeleidsters in de kinderdagverblijven verschuift
van kinderoppas naar taalleerkracht. Dat vereist bijscholing van
alle mogelijke aard, maar vooral een herziening van de manier
van kijken naar kinderen.
Praten
met peuters
Tegen half elf rukt de driewielertjes-brigade gillend de binnenplaats
op. Omstreeks die tijd krijg ik trek in koffie. Als het mooi weer
is drink ik mijn koffie op de binnenplaats bij de pomp.
Het was een
mooie gedachte van de stadsherstellers om in een voormalig weeshuis
meerdere functies bijeen te brengen. Een kinderdagverblijf, een
jeugdtheater en een woonfunctie te samen.
Ik woon er en de peuters zijn overdag mijn buurkinderen.
Het jeugdtheater maakt er
educatieve producties
Over kinderen in tehuizen voor geestelijk gehandicapten, kinderen
op de Westbank en in de Gazastrook bijvoorbeeld. Het gaat over
kinderen die opgroeien in onbegrepen omstandigheden.
De acteurs spelen voor Amsterdamse Marokkaanse kinderen die zelf
slecht begrepen worden. Die opgroeien op het Mercatorplein bij
de snackbar waar onbegrepen rellen met de politie uitgevochten
worden.
De begeleiders van het kinderdagverblijf
vangen de kinderen op als ze van de stenen trap van het oude gebouw
dreigen te vallen.
Kinderopvang, een stenen trap met een dubbele leuning, één
voor de grote mensen en één voor de kinderen, de
architect heeft overal aan gedacht.
Tegen half elf zit ik daar te lezen op een bankje, in de zon met
een beker koffie erbij. De kinderen zijn nieuwsgierig en vragen
wat ik lees en wat ik daar zit te drinken. En ik lees voor uit
"Zeepijn" van Charlotte Mutsaers. Het gaat over vissers
op zee en pijnbomen in het bos. "Ik wil maar één
ding: de top en de naalden (van de kerstboom) terug. Daarom ben
ik zo vaak in het bos te vinden of op zee in de top van een mast"
schrijft Charlotte. "Ik leerde een vis tekenen door een lijn
van het ene nummertje naar het volgende te trekken. Ik leerde
rekenen door versimpelde tekeningetjes van dennenboompjes bij
elkaar op te tellen.
Maar ik leerde schrijven door heel goed te kijken, naar mijn hond,
naar de zee en naar de pijnbomen".
Het boek is aanleiding om met de kinderen te praten over de dingen
die ik voorlees en over mijn beker hete zwarte koffie waar ze
voorzichtig met een vingertje aan voelen of die echt heet is.
Iedere
dag stapelen ze nieuwe woorden bij hun voorraadje
De
kinderen worden op een incidentele manier geconfronteerd met woorden
tijdens een zinvolle interactie als ik de kinderen die voor hen
raadselachtige zinnen voorlees. Ze kijken naar me, horen de klanken
en begrijpen dat het ergens over gaat. Waarover het kan gaan zullen
de kinderen zelf invullen met hun associatief gebabbel. Voorwaarde
is wel mijn intense belangstelling voor de ogenschijnlijke onsamenhangende
betogen die ze houden en de gedachtesprongen die ze maken.
Kinderen moeten kunnen begrijpen en begrepen
worden
Voorwaarde is wel dat volwassene waar het kind zich op richt voldoende
open staat voor een talige communicatie. Uitbreiding van de woordenschat
is een spannend aspect van de fase waarin de woorden in de hoofden
van kinderen groeien als kool. Driejarigen werken intensief aan
hun taalvorming, iedere dag stapelen ze nieuwe woorden bij hun
voorraadje.
Het is van belang dat de begeleiders, die vaak een groter deel
van de dag met de kinderen praten dan de ouders, zich bewust zijn
van hun taalaanbod. Te veel en te vaak beluister ik in sommige
peuterspeelzalen een taal-invoer die ver beneden het niveau ligt
dat ik als begeleider van taalvorming zou willen hanteren. De
woorden waarmee de kinderen worden toegesproken zijn vooral afgeleid
van de verzorgende rol die de begeleider inneemt en minder van
die van een taalleraar. De Dikkie Dik prentenboeken (een willekeurig
door mij genoemd genre) zijn prominent aanwezig, zo prominent
dat hele kinderdagverblijven er zelfs naar vernoemd worden. Boeken
van enige 'literaire aard' ontbreken meestal geheel.
Grote
mensen teksten
Ik
ben van mening dat je kinderen al op zeer jonge leeftijd met 'grote
mensen-teksten' kunt confronteren.
Hoe dat in de kindercentra gebeurt is niet bekend. Welke factoren
daar taalremmend dan wel taalbevorderend zijn weet men niet. "De
groei van de woordenschat is sterk afhankelijk van de omgeving.
De beschikbaarheid van educatief speelgoed en vooral van (prenten)boeken
speelt een sterk groeibevorderende rol." zeggen de deskundigen.
Na deze constatering is de kwaliteit van educatief speelgoed en
educatieve prentenboeken nog niet gedefinieerd. De toevoeging
'educatief' doet me vermoeden dat er iets met die boeken en dat
speelgoed aan de hand is, namelijk dat het leerzaam moet zijn.
Het door hen gebruikte materiaal moet ten dienste staan van een
taal-vormende, in plaats van een taal-educatieve activiteit. Het
hoeft daarvoor geenszins 'educatief' te zijn, ik mag wel zeggen:
liever niet.
© Henk
van Faassen
Artikel opvragen
bij archief
taalvorming
naar
boven
terug
|