|
Taalaanpak
Hoe
vertel ik het de anderen?

Taalvorming
op basisschool de Avonturijn in de Amsterdamse Pijp
groep 4/5
Op veel scholen
besluiten leerkrachten om meer aandacht aan hun taallessen te
besteden. Ze doen dat op verschillende gronden, maar in de grote
steden zijn taalachterstanden goed te herkennen en is de noodzaak
voor vernieuwing van die taalaanpak ruim aanwezig. (...)
Tegelijkertijd ontstaat er een meerwaarde ten gunste van het cognitieve,
technische, taalonderwijs.(...)
Weet
je nog wel, met de roller?
De kinderen komen de klas binnen en zoeken meteen een plaatsje
in de kring. Ze kijken verwachtingsvol naar mij. Ik zit op een
blauwe Arbo-stoel een beetje heen en weer te draaien.
Een van de kinderen begint:
"Ik ken jou nog wel, weet je nog wel van dat varkentje dat
ging vliegen?".
"Nee", zegt een ander,
"dat waren kikker en pad die gingen vliegen" (...)
Ik vraag aan de kinderen of ze nog één woord weten
uit een verhaal van toen. Alle dieren uit de voorgelezen verhalen
worden genoemd, maar daar ben ik niet tevreden mee. "Vertel
met één woord wat er gebeurde in die verhalen".
"Vliegen", "Koekjes bakken, nee koekjes snoepen"
"Op het ijs vallen".
"En wat deden jullie zelf toen ik er bij was?" "we
gingen stempelen en tekenen en met de roller"
Vertellen
De vertelronde gaat over hoe je eruit ziet als je rood wordt.
"als je verlegen bent word je rood" "Ook als het
heel koud is" "ik word niet rood, ik word wit als ik
het koud heb" zegt een Surinaams meisje. "Ik word helemaal
rood als mijn vader de douche te heet heeft gezet". "Ik
krijg een rood hoofd als ik op mijn kop ga staan". "Doe
eens voor?" vraag ik. De tafels gaan een beetje opzij en
hup daar staat er eentje ondersteboven. Ik hou haar benen een
beetje tegen anders gaat het mis. We doen wie het langste zijn
adem in kan houden en kijken hoe rood we worden.
Hoe
vertel ik de anderen dat de kinderen zojuist een taalles met zelfstandige
naamwoorden en werkwoorden gehad hebben
Dat ze begrippen leerden terwijl ze op hun kop stonden of klassikaal
hun adem inhielden. Dat ze geleerd hebben om een enkel woord te
gebruiken voor het beschrijven van een complete situatie?
Nog
niet zo lang geleden heb ik 'Laura's verhalen' gekocht.
Het is het vervolg van Laura's gedichten, geschreven door een
Nieuw-Zeelands meisje, Laura Ranger, die de gedichten schreef
tussen haar 6e en 9e jaar en nu zijn er de verhalen toen ze 9,
10 en 11 jaar was. (...)
Terwijl ik voorlees kijk ik voorzichtig om me heen hoe dit verhaal
over 'nepborstjes van papieren zakdoekjes' valt. Ik vraag naar
het woord 'cosmetica'. Wat is dat? Meteen worden hele rijen opmaak
spullen genoemd. Ik ben weer niet tevreden en wil weten wat je
met die spullen doet. (...)
Wie doet ook wel eens proppen onder haar trui? Even aarzelen de
meisjes, maar dan komen de verhalen hoe het toegaat, thuis en
bij het aankleden na gym.
(...)
Hoe
vertel ik de anderen dat een verhaal, geschreven door een kind
in Nieuw Zeeland dat net zo oud is als deze kinderen, kan gaan
over nep borsten en nep nagels en lippenstift,
zonder dat de groep meteen in een deuk ligt.
Dat het heel goed mogelijk is om over een dergelijk onderwerp
te praten met de kinderen zonder dat de jongens elkaar van verlegenheid,
stoer van hun stoelen duwen en de meisjes giechelend bij elkaar
kruipen.
Hoe vertel ik de anderen dat je bepaalde onderwerpen niet bij
de kinderen weg hoeft te houden
Hoe vertel ik de anderen dat er een vertrouwelijke sfeer in de
groep is en hoe die tot stand komt.(...)
De kinderen
schrijven een lijstje met dingen die te maken hebben met je mooi
maken, je optutten en met de plekken waar je dat doet. Dan volgt
het tweetalgesprek en als we aan het schrijven gaan vraag ik nadrukkelijk
alleen dat ene belangrijke stukje van het verhaal op te schrijven.
(...)
Nu krijgen de kinderen pas werkelijk de smaak te pakken en ze
schrijven met rode konen.
Van schrijven kan je ook een rood hoofd krijgen.
Hoe
vertel ik de anderen wat de waarde is van deze les in het steeds
verder 'inzoomen' in een tekst
Wat er nog wel in moet staan om te begrijpen waar het over gaat:
'zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord', maar
die begrippen noemen we niet. De waarde van het herschrijven en
niet tevreden zijn met het eerste het beste schrijfsel met of
zonder spelfouten. (...)
De
voorleesronde gaat met 'kwakers'
Eén op de vijf kinderen heeft een drijfeend of een badeend
in de hand. Dat is de 'spreker' of de 'kwaker' Die leest eerst
haar eigen tekst en zoekt daarna iemand anders uit om voor te
lezen. (...)
Ik zit buiten de kring omdat ik graag wil dat de kinderen op elkaar,
en niet op de meester, gericht zijn. Dat doen ze ook, slechts
een paar draaien hun hoofd naar mij om te kijken wat ik er van
vind. Ik vind het een prachtige vragenronde, maar dat merken de
kinderen zelf ook wel, dat hoeven ze ook niet nog eens van mij
te horen, is het wel?
Hoe
vertel ik de anderen dat het mogelijk moet zijn dat er een groep
komt die zo zelfstandig is
dat ze elkaar les geven, dat ze de juf en de meester helemaal
niet meer nodig hebben? (...)
Na het speelkwartier
voel ik aan de rode wangen van de kinderen, ze zijn ijskoud. Hun
voorhoofden bezweet. Van spelen in de kou krijg je een rode kleur.
Tijdens het eten en drinken lees ik nog een paar gedichten van
Laura Ranger voor. (...)
Goed
kijken is goed voor taalvorming
Ik
verbaas me over de intense manier waarop de negenjarige Laura
naar de dingen om haar heen kijkt. Zo goed kijken kunnen onze
kinderen ook.
De kinderen hebben allemaal wel een vervelend broertje dat ze
wel even uit de buurt willen hebben. Ze fantaseren hoe zij dat
drankje naar binnen zouden krijgen. Het is fantasie, maar ik zie
aan hun gezichten dat ze wel hun levende broertje of zusje voor
ogen hebben.
We
gaan verder
Op blaadjes met tien vakjes schrijven de kinderen tien woorden
uit de bordrijen over. Ze tekenen wat er bij dat woord hoort en
dus niet het ding zelf. (...)
Hoe
vertel ik anderen dat het mogelijk is om kinderen een tekening
te laten voorlezen
Dat alle mogelijke stelopdrachten meegenomen worden. Hoe vertel
ik anderen dat het belangrijk is om niet te gemakkelijk te zeggen:
"maak er maar een tekening bij". Dat tekeningen ook
'taal' zijn, met dezelfde taalregels als woordentaal.(...)
Zo
gaat een evaluatie dus
Aan
het eind van de les wil ik graag dat de kinderen even terug kijken
naar wat ze gedaan hebben. Ik vraag ze wat eigenlijk het moeilijkste
van de les was. "Niks was moeilijk, alles was leuk".
"Het makkelijkste van de les was naar het voorlezen luisteren"
Maar wat was er dan vreemd of gek?". "Het gekste van
de les was toe we vertelden over die proppen papier"
Hoe vertel
ik anderen dat het zinvol is om de lessen met een terugblik te
beëindigen in plaats met 'jassen aan en rustig op de gang'
(...)
Hoe
vertel ik anderen wat taalvorming is en dat je vertrouwen moet
krijgen in je eigen kunnen
Dat het niet nodig is om je afhankelijk van een taalmethode op
te stellen en dat je daarmee eigenlijk al je eigen deskundigheid
uit handen geeft. (...)
© Henk
van Faassen
Deze tekst is
ingekort. U kunt het complete artikel opvragen bij archief
naar
boven
terug
|