|
Taalvorming
is geen taalmethode
Een les Taalvorming

Jullie
zijn schatten van kinderen
De
les taalvorming in groep 5 gaat beginnen.
Ik vraag wie de schriften wil uitdelen. Er zijn zes kinderen voor
dit werkje verantwoordelijk. Op mijn gevoel deel ik de stapel
schriften in zessen. Het laatste kind krijgt de dikste stapel,
de anderen protesteren.
Ik heb verkeerd geschat. Op dat moment besluit ik het woord 'schatten'
op het bord te schrijven.
Als ik het opschrijf weet ik niet zeker of de kinderen het begrip
schatten kennen. Ik geef als toelichting dat je hoeveelheden die
je niet precies weet kunt schatten, zoals ik de stapeltjes schriften
geschat heb.
Ik besluit een oefening in het schatten
te houden
Een aantal magneten zitten ongeordend in het hoekje van het bord
vast. Ik bedek de magneten met een blad papier en vraag de kinderen
te schatten hoeveel het er zijn. De aantallen gaan van vier tot
acht.
Als ik het papier weghaal en de magneten in twee nette rijen van
vijf geordend zijn, blijken het er tien te zijn. Dan vraag ik
naar nog meer betekenissen van het woord 'schatten'.
Dat is voor de kinderen een bekend terrein: schatten zijn kisten
met goud. Ik voeg er nog een betekenis aan toe: "Jullie
zijn schatten van kinderen". Maar zijn alle kinderen
schatten?
De jongens willen liever niet zo aangesproken worden, de meisjes
wel.
Het thema van de les is geboren.
We
beginnen in de kring
Vandaag kies ik ervoor om de volgorde waarop de kinderen in de
vertelkring gaan zitten samen te stellen op iets dat je moet schatten.
Daarvoor neem ik de tijd die je nodig hebt om van huis naar school
te komen.
De kinderen schrijven de geschatte tijd in hun schrift. Het is
de meest recente ervaringsschatting voor de kinderen.
Omdat het opschrijven alleen van het aantal minuten zo 'kaal'
is en het nu gaat om een taalles, laat ik erbij schrijven hoe
je naar school kwam:
"in drie minuten ren ik alleen naar school", "Ik
werd gebracht door mijn moeder, maar die bleef kletsen met de
buurvrouw dus dat duurde wel een kwartier", "Ik zat
achter op de fiets en we waren er in vijf minuten", "Ik
werd gebracht met de auto, dat duurde twintig minuten".
Tijd en manier
Die twee elementen van een tekst bij elkaar zorgen ervoor dat
de situatie concreter voor de kinderen is: ze zien zichzelf in
gedachten achter op de fiets zitten en voelen dan ook hoe lang
dat ongeveer duurde.
Alle teksten die de kinderen schrijven zijn gebaseerd op eigen
ervaringen, de oefeningen die er mogelijk op volgen komen voort
uit die teksten.
De teksten die in taalmethodes voorkomen zijn dat niet. Die zijn
door de samensteller bedacht of verzameld met één
oog gericht op de een of andere taaloefening.
Precies
schrijven
Als een van de kinderen vertelt dat hij naar school rende komt
bij mij de gedachte op om te vragen wat het verschil tussen lopen
en rennen is.
Als lopen en rennen op het bord staan vraag ik of er ook iets
is dat langzamer gaat dan lopen: "kruipen", roepen de
kinderen, "en iets dat sneller gaat dan rennen?": "op
de fiets".
Vervoersmiddelen komen in beeld
Hoewel ik vraag naar de manieren waarop je naar school komt: lopend,
rennend, op de fiets, met de auto, wil ik de rij met de kinderen
wel verder uitbreiden. "Wat gaat sneller dan de auto?".
"Een motor", beweert een van de jongens.
Er komen meer vervoersmiddelen op het bord te staan: een koets,
de trein, het vliegtuig.
Als klap op de vuurpijl ook een raket en een vliegende schotel.
Ik vraag me af of de kinderen ook kunnen schatten hoe hard al
die vervoersmiddelen gaan.
Snelheid
Ik schrijf hier en daar getallen op, achter lopen: 4 km. De brommer
mag niet harder dan 20 km. Dat schatten we niet maar dat weten
we. Weten de kinderen ook dat je met een auto op bepaalde wegen
niet harder dan 100 mag? Hebben ze wel eens bij hun vader in de
auto gezeten als die te hard reed?
Ik wil weer terug naar ervaringen van kinderen: die keer dat ze
in de vakantie lange tijd in de auto moesten zitten, of in het
vliegtuig. De plekken waar ze naar toe gegaan zijn.
De kinderen maken er in hun schrift een lijstje van, en dan zo
precies mogelijk.
Ik 'zoom' als het ware in op de kleinst mogelijke ervaring.
Als die plekken op het lijstje staan is het simpel om bij de ervaringsteksten,
die bij die plek horen, te komen.
Zo
gaat een les taalvorming
Het lijkt zo simpel en voor de hand liggend.
Het is een levende werkelijkheid tegenover een ingeblikte leergang.
Het is wel zo dat ik vooral in de eerste fase van de les, of eigenlijk
al voor de les in werkelijkheid begonnen is, al mijn 'antennes'
op de kinderen richt.
Alles wat ze me te melden hebben sla ik op en sorteer ik intensief
of er iets bij is waar ik op in kan gaan. Ik train mezelf erin
om zo naar de kinderen te kijken en te luisteren.
Plezier
Op deze manier geef ik met plezier les en dat plezier slaat over
naar de kinderen en die zullen spelenderwijs hun taal ontwikkelen.
Het werkt niet als ik toch stiekem een gespreksonderwerp van tevoren
bedenk en bij de kinderen uitlok.
Ik wil de ingeslagen weg van de kinderen volgen en niet te veel
sturen.
Ik moet op zoek gaan naar de ervaringen van de kinderen en niet
naar hun kennis.
Tijdens het ordeningsproces heb ik alle gelegenheid een geschikte
schrijfopdracht te bedenken die past in het ontwikkelingsniveau
van de groep.
Tegelijkertijd richten de individuele teksten van de kinderen
over hun eigen ervaringen mijn aandacht op hun persoonlijke niveau
van taalontwikkeling.
Taalvorming
en wereldoriëntatie
Het
is een gelukkig toeval dat deze les aansluit bij een wereldoriëntatie
thema 'voertuig en tijd'.
Als taalvorming en wereldoriëntatie elkaar ontmoeten moet
ik de verschillen goed in de gaten houden en er afzonderlijk met
de kinderen aan werken.
Taalvorming beweegt zich op het gebied van de affectieve taalontwikkeling.
Wereldoriëntatie beoogt kennis over te dragen, een cognitieve
ontwikkeling.
Over kennis en begripsvorming gesproken
Weten onze kinderen eigenlijk wel wat een kilometer is, hoe lang
een kilometer is en hoe lang je erover doet om een kilometer te
lopen? De beste manier om dat te onderzoeken is om met de kinderen
naar een weg te gaan waarlangs kilometerpaaltjes staan. Daar kunnen
ze voelen en zien hoe lang een kilometer is.
We houden een wedstrijd met een stopwatch om te zien hoe lang
we over een kilometer doen, lopend, rennend, kruipend, fietsend.
Om te weten hoe hard een auto kan en mag kunnen we misschien iets
in het documentatiecentrum vinden.
Maar hoe hard vaart een schip en hoe snel gaat een vliegtuig?
Kan je die snelheid aan je lijf voelen?
De
regels van de taal leer je door taal te gebruiken
Met gloeiende oren zijn de kinderen op speurtocht in hun teksten
en komen daar alle mogelijke dingen tegen.
Dat is precies wat er bedoeld wordt met taalvorming.
Als taal boordevol interessante waarnemingen zit gaat taal leren
vanzelf.
De taaloefeningen van vandaag zijn voor direct eigen gebruik.
Dat is wat anders dan de oefeningen zonder herkenbaar doel en
nut.
De taal die we vandaag leren komt voort uit de eigen teksten van
de kinderen en is gericht op eigen communicatie tussen de kinderen
en dan gaat taal gebruiken en taal leren gelijk op.
Zingeving
Er zijn veel leerkrachten die van de kinderen leren dat ze taal
als een geheel moeten onderwijzen en dat ze de kinderen kunnen
betrekken bij de zingeving ervan.
Deze eenvoudige zeer fundamentele constatering leidt tot opwindende
veranderingen in het onderwijs.
Leg die zorgvuldig samengestelde taalmethodes en spellingsprogramma's
maar even terzijde. Nodig, in plaats daarvan, de kinderen uit
hun taal te gebruiken.
Laat ze praten over de dingen die ze willen begrijpen.
Laat de kinderen schrijven over wat ze meemaken opdat ze hun eigen
ervaringen begrijpen en die delen met anderen.
Op deze manier kunnen leerkrachten met de kinderen samen op een
natuurlijke manier groeien.
Op deze manier wordt taal leren in en buiten school even gemakkelijk.
Taalvorming
is leuker voor kinderen en voor de leerkracht.
Maar is het ook meer effectief?
Jazeker.
Met de taal die ze al kennen brengen de kinderen hun natuurlijke
behoefte mee om te ontdekken wat er in de wereld gebeurt.
Als de school hun taal in stukjes en brokjes breekt wordt zin
onzin en het is dan altijd moeilijk voor kinderen om weer iets
zinvols uit onzin te maken.
Ieder abstract brokje dat aangeleerd wordt is zo weer vergeten
als de kinderen doorgaan met het volgende verbrokkelde deeltje.
Taalvormers geloven in kinderen en wat ze te melden hebben.
Dat is een stuk beter dan kinderen te beschouwen als lege potten
die gevuld worden, als bonken klei die gevormd moeten worden.
Leerkrachten taalvorming geven toe dat ze met plezier les geven
- en wat is daar mis mee? Leerkrachten taalvorming zijn trotse
professionals!
© Henk
van Faassen
Met dank aan de kinderen en de leerkrachten van Basisschool De
Avonturijn waar met veel enthousiasme taalvorming ingevoerd is.
Dit artikel verscheen
eveneens in JSW jaargang 84 nr. 5
u kunt dit artikel
opvragen bij archief
naar
boven
terug
|