|
Beschouwing
en beoordeling van de poëzie van kinderen
Het
is goed, en hoe weet je dat?

Het
is goed, en hoe weet je dat?
Ga je deze zin beoordelen? Je deed het zojuist, op z'n minst had
je een directe reactie klaar: je werd misschien blij verrast door
de slimheid van de zin, je was geërgerd door de bedrieglijkheid
ervan, dan wel was je verbaasd.
Geef je die zin een cijfer?
Natuurlijk niet, net zo min als je de kinderen een cijfer voor
hun poëzie geeft. Je hoefde dat ook nooit te doen. Maar nu
veel scholen experimenteren met het beoordelen van wat kinderen
schrijven en daarbij portfolio's van hun werk aanleggen, is het
beoordelen van verbeeldingskracht bij het schrijven terug gekomen.
Oplossing van dit probleem is harder dan ooit nodig.
Weerklank
Goede begeleiders in taalvorming weten dat het geven van cijfers
voor verbeeldingskracht misleidend is en contraproductief werkt.
Maar de meeste weten ook dat de kinderen cijfers willen krijgen
en behoefte hebben aan een vorm van weerklank.
Ze hebben er recht op
De meeste kinderen hebben iets aan oprechte lof en bemoediging,
met daarbij misschien af en toe een tactvolle suggestie voor verbetering.
In het algemeen is dat een goede benadering, maar kunnen we het
daarbij laten?
Hoe weten we dat hetgeen we prijzen die lof inderdaad waard is?
Hoe helder zijn onze beoordelingen? Welke esthetische vooronderstellingen
en vooroordelen hechten we aan hetgeen we lezen?(...)
Wat vind je van mijn gedicht?
Om antwoord op die vragen te krijgen hield het Teachers &
Writers Collaborative een conferentie.
Het was niet verbazingwekkend dat poëzie weer eens de hardste
noot was om te kraken, omdat poëzie een ruimer veld van reacties
oproept dan fictie, non-fictie en toneelstukken dat doen.
Maar deze en andere genres zijn ook moeilijk te beoordelen.(...)
Waarderingsletters
Als je teksten gelezen hebt geef je ze een waardering: H voor
'ik hou er van' en N voor 'ik hou er niet van', of een O voor
'onbegrijpelijk'.
Moeten we ons erg druk maken over die overeenstemming of zelfs
over die waardering? Het is verleidelijk om te stellen, en verschillende
leerkrachten deden het, dat er zo weinig tijd in de klas is, dat
het beter is de kinderen minder te beoordelen en ze meer te inspireren
en aan te moedigen. (...)
Beoordeling:
Hmmmm
De meest extreme uitspraak kwam van een docent die zei dat zijn
reactie op een door hem gelezen gedicht van een leerling is: "Hmmm".
Deze vorm van minimalisme kan misschien studenten op de universiteit
helpen, maar het verbijstert en ontmoedigt jongere schrijvers.(...)
Het hele onderwerp van beoordelen en waarderen heeft nogal wat
haken en ogen. Bijvoorbeeld dat er twee verschillende soorten
van beschouwen van kinderpoëzie zijn: een ontwikkelende
beoordeling en een esthetische beschouwing.
In de groep, in het klaslokaal, prijst men een gedicht als het
een ontwikkeling bij het kind laat zien, zelfs als het gedicht
op zich niet zo goed is.
Beschouwen is ingewikkeld omdat leerkrachten eerlijk en tactvol
tegelijkertijd moeten zijn. Zelden kunnen ze alles zeggen wat
ze vinden, speciaal als het gaat om het soort schrijven waar ze
niet van houden. Maar ze moeten diplomatiek zijn, per slot van
rekening is het geen goed/niet goed quiz.
Opwinding
en later...
Meestal is een gedicht de ernstige uitdrukking van kwetsbare gevoelens
van een kind. Maar laten we aannemen dat je een ideale leerkracht
bent, in staat om je beschouwingen perfect aan te passen aan de
behoeften van ieder kind, hoe verschillend die ook mogen zijn.
Wat doet je veronderstellen dat je beoordelingen in feite nauwkeurig
zijn?
Als je in een goede stemming bent kan een bepaald gedicht dat
gisteren nog vlak klonk, vandaag prachtig zijn. (...)
Technisch schrijven contra verbeeldingskracht
Daar ligt de kern van het probleem, of een ervan: leerkrachten
staan onder druk om dingen goed te doen, hetgeen een van de redenen
is dat de beoordeling van het technische schrijven, de spelling,
het stellen, gemakzuchtig zelfs vervelend is.
Als ze opstellen en boekverslagen beoordelen hebben leerkrachten
een relatief vaststaand idee van een standaard. Maar naarmate
de response van de leerkracht subjectiever is, zoals het geval
is bij gedichten, vermindert de notie van goed en fout.
Als we de kinderen stimuleren om met verbeeldingskracht te schrijven,
zeggen we erbij dat ze zich geheel vrij moeten voelen en dat er
geen goed of fout bestaat.
Waarom veroorloven wij ons niet diezelfde speelruimte als we hun
werk lezen? De reden is dat we daarop niet afgerekend kunnen worden,
zelfs minder nog dan onze voortdurend geteste en beoordeelde leerlingen.
Laten we het opzoeken
De uitdaging voor de leerkrachten is om met nieuwe manieren van
beoordelen van creatief schrijven en taalvorming te komen. Manieren
die begrijpelijk, ondersteunend, eerlijk en bescheiden zijn.
De O categorie (van onbegrepen) staat voor nederigheid tegenover
de complexiteit van poëzie. (...)
. We moeten ieder gedicht lezen met de verwachting het te waarderen
of niet te waarderen of beiden of er misschien over struikelen.
Vervolgens moeten we ons kunnen afvragen hoe het komt dat ze ons
zo voelen. Wat volgt op "ik weet het niet" is "Laten
we dat proberen uit te zoeken"(...)
De evaluatie van esthetiek
Het kind kan als zijn eerste zin schrijven: 'ik zie een kat'.
De student die een emotionele doorbraak maakt kan schrijven: 'ik
ben droevig'. De leerling die een metafoor ontdekt kan schrijven:
'de zon is een gele bal'
De leerling met zin in schrijven kan bladzij na bladzij met middelmatigheid
volpennen. Ergo kan er een dramatische verscheidenheid bestaan
tussen de ontwikkelingsgerichte en esthetische opvattingen van
de leerkracht. Voeg dit bij de problemen die vastzitten aan elke
esthetische beoordeling en je hebt een ontmoedigende en verwarrende
hoeveelheid ideeën en gevoelens.
We mogen de gedichten van kinderen niet lezen "voor het eindrapport"
Leren
beoordelen
Dit is het moment waar een 'laten we eens proberen hoe het gaat'
een handige benadering is. (...)
Een van de eerste dingen waarover de T&W het eens waren dat
een 'blinde' beoordeling te beperkt is. Hoewel een 'Nieuwe
Kritiek methode' voordelen heeft, houdt die elke discussie
langs ontwikkelingsgerichte lijnen tegen en dwingt beoordelaars
om esthetische evaluaties te maken die onjuist zijn.
Bijvoorbeeld, als het bij een kind uit de basisschool een leuk
stukje tekst betreft, zal hetzelfde schrijfsel stukken minder
interessant zijn als het een leerling uit de hoogste klas van
het voortgezet onderwijs blijkt te zijn.
Leuke
spelfouten(...)
Het kan zijn dat het 'leuke stukje' steunt op een spelfout
die het ongewild een briljante wending geeft, zoals een van de
kinderen op de basisschool van Kenneth Koch maakt die schreef:
' swan of bees' (bijenzwaan) inplaats van 'swarm of
bees' (bijenzwerm).
(...)
Een 10 voor poëzie
In de meeste gevallen is het ontmoeten van collega's om het onbeantwoordbare
te beantwoorden nuttig en bevredigend.
Is het niet zo dat we die kracht verwachten van de kinderen die
we begeleiden bij het schrijven?
Natuurlijk is het een goede zaak om onze gevoeligheid zodanig
te ontwikkelen dat het nuttig is voor de kinderen, maar het is
een andere zaak om nu ineens de wereld te laten weten dat je meeste
studenten een 10 voor poëzie krijgen.
Het
cijfers geven voor poëzie is een verloren zaak
Aan de andere kant als we gedichten helemaal niet toelaten tot
de dossiermappen van de kinderen, lopen we het gevaar kinderpoëzie
tot iets marginaals te maken. Het is van belang het schrijven
van gedichten een plaats te geven in de schrijfaanpak, het te
zien als een verrijking ervan. Daarmee geven we poëzie een
soort 'diplomatieke onschendbaarheid' om zonder cijfermatige
beoordeling opgenomen te worden in de taaldossiermappen van de
kinderen.
Meer dan door deze en andere vragen in dit artikel ontmoedigd
te raken, kunnen we ze zien als mogelijkheden van overweging,
discussie en verdieping ten opzichte van wat we aan kinderteksten
lezen.
© Ron
Padgett, Teachers & Writers Collaborative New York
© vertaling: Henk van Faassen
Deze tekst is
ingekort, tekstvoorbeelden ontbreken.
U kunt het complete artikel opvragen: archief
taalvorming
naar
boven
terug
|
|