startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


gedichten


bekijk
foto's, werk


lees ook:
Ieder kind is een
schrijver

Literatuur bestaat niet alleen uit woorden

Rondelen

Liefdesgedichten


Beschouwing en beoordeling van de poëzie van kinderen
Het is goed, en hoe weet je dat?


Het is goed, en hoe weet je dat?
Ga je deze zin beoordelen? Je deed het zojuist, op z'n minst had je een directe reactie klaar: je werd misschien blij verrast door de slimheid van de zin, je was geërgerd door de bedrieglijkheid ervan, dan wel was je verbaasd.

Geef je die zin een cijfer?
Natuurlijk niet, net zo min als je de kinderen een cijfer voor hun poëzie geeft.
Je hoefde dat ook nooit te doen. Maar nu veel scholen experimenteren met het beoordelen van wat kinderen schrijven en daarbij portfolio's van hun werk aanleggen, is het beoordelen van verbeeldingskracht bij het schrijven terug gekomen.
Oplossing van dit probleem is harder dan ooit nodig.

Weerklank
Goede begeleiders in taalvorming weten dat het geven van cijfers voor verbeeldingskracht misleidend is en contraproductief werkt. Maar de meeste weten ook dat de kinderen cijfers willen krijgen en behoefte hebben aan een vorm van weerklank.

Ze hebben er recht op

De meeste kinderen hebben iets aan oprechte lof en bemoediging, met daarbij misschien af en toe een tactvolle suggestie voor verbetering.
In het algemeen is dat een goede benadering, maar kunnen we het daarbij laten?
Hoe weten we dat hetgeen we prijzen die lof inderdaad waard is? Hoe helder zijn onze beoordelingen? Welke esthetische vooronderstellingen en vooroordelen hechten we aan hetgeen we lezen?
Is onze smaak beperkter dan die zou moeten zijn?
Kan je persoonlijke smaak verruimd worden?
Bestaan er nieuwe evaluatietechnieken die we nog niet kennen? Kan de beoordeling met behulp van portfolio's, mappen met teksten van kinderen uit de verschillende perioden van hun schooltijd, ons iets nieuws leren op het gebied van creatief schrijven en taalvorming?

Wat vind je van mijn gedicht?
Om antwoord op die vragen te krijgen hield het Teachers & Writers Collaborative een conferentie.
Het was niet verbazingwekkend dat poëzie weer eens de hardste noot was om te kraken, omdat poëzie een ruimer veld van reacties oproept dan fictie, non-fictie en toneelstukken dat doen.
Maar deze en andere genres zijn ook moeilijk te beoordelen.
Stop achttien intelligente hoogbegaafde literatoren in een kamer, laat ze hetzelfde stuk lezen en wees niet verbaasd als er achttien totaal verschillende reacties komen.

Waarderingsletters
Als je teksten gelezen hebt geef je ze een waardering: H voor 'ik hou er van' en N voor 'ik hou er niet van', of een O voor 'onbegrijpelijk'.

Moeten we ons erg druk maken over die overeenstemming of zelfs over die waardering? Het is verleidelijk om te stellen, en verschillende leerkrachten deden het, dat er zo weinig tijd in de klas is, dat het beter is de kinderen minder te beoordelen en ze meer te inspireren en aan te moedigen.

Beoordeling: Hmmmm
De meest extreme uitspraak kwam van een docent die zei dat zijn reactie op een door hem gelezen gedicht van een leerling is: "Hmmm". Deze vorm van minimalisme kan misschien studenten op de universiteit helpen, maar het verbijstert en ontmoedigt jongere schrijvers.

Het hele onderwerp van beoordelen en waarderen heeft nogal wat haken en ogen. Bijvoorbeeld dat er twee verschillende soorten van beschouwen van kinderpoëzie zijn: een ontwikkelende beoordeling en een esthetische beschouwing.
In de groep, in het klaslokaal, prijst men een gedicht als het een ontwikkeling bij het kind laat zien, zelfs als het gedicht op zich niet zo goed is.
Beschouwen is ingewikkeld omdat leerkrachten eerlijk en tactvol tegelijkertijd moeten zijn. Zelden kunnen ze alles zeggen wat ze vinden, speciaal als het gaat om het soort schrijven waar ze niet van houden. Maar ze moeten diplomatiek zijn, per slot van rekening is het geen goed/niet goed quiz.

Opwinding en later...
Meestal is een gedicht de ernstige uitdrukking van kwetsbare gevoelens van een kind. Maar laten we aannemen dat je een ideale leerkracht bent, in staat om je beschouwingen perfect aan te passen aan de behoeften van ieder kind, hoe verschillend die ook mogen zijn. Wat doet je veronderstellen dat je beoordelingen in feite nauwkeurig zijn?
Als je in een goede stemming bent kan een bepaald gedicht dat gisteren nog vlak klonk, vandaag prachtig zijn.


Technisch schrijven contra verbeeldingskracht
Daar ligt de kern van het probleem, of een ervan: leerkrachten staan onder druk om dingen goed te doen, hetgeen een van de redenen is dat de beoordeling van het technische schrijven, de spelling, het stellen, gemakzuchtig zelfs vervelend is.

Als ze opstellen en boekverslagen beoordelen hebben leerkrachten een relatief vaststaand idee van een standaard. Maar naarmate de response van de leerkracht subjectiever is, zoals het geval is bij gedichten, vermindert de notie van goed en fout.
Als we de kinderen stimuleren om met verbeeldingskracht te schrijven, zeggen we erbij dat ze zich geheel vrij moeten voelen en dat er geen goed of fout bestaat.
Waarom veroorloven wij ons niet diezelfde speelruimte als we hun werk lezen?
De reden is dat we daarop niet afgerekend kunnen worden, zelfs minder nog dan onze voortdurend geteste en beoordeelde leerlingen.

Laten we het opzoeken
De uitdaging voor de leerkrachten is om met nieuwe manieren van beoordelen van creatief schrijven en taalvorming te komen. Manieren die begrijpelijk, ondersteunend, eerlijk en bescheiden zijn.
De O categorie (van onbegrepen) staat voor nederigheid tegenover de complexiteit van poŽzie.
Leerlingen worden gerustgesteld door een leerkracht die alle antwoorden weet, maar ze hebben toch meer vertrouwen in een leerkracht die eerlijk genoeg is om te zeggen: "Ik weet het gewoonweg niet"
Het is beschamend dat een vraagteken nooit als een cijfer bij een beoordeling geldt of een rol speelt bij een portfolio systeem.
Gelukkig kunnen we het in gesprekken met kinderen wel zeggen en we moeten dat voortdurend doen om onze eigen normen voor smaak en kwaliteit te onderzoeken. We moeten altijd ruimte laten voor de mogelijkheid dat ons oordeel over een bepaald gedicht voorlopig is, dat het mogelijk herzien kan worden zoals het gedicht zelf.
We moeten ieder gedicht lezen met de verwachting het te waarderen of niet te waarderen of beiden of er misschien over struikelen. Vervolgens moeten we ons kunnen afvragen hoe het komt dat ze ons zo voelen. Wat volgt op "ik weet het niet" is "Laten we dat proberen uit te zoeken"

De meeste vinden het, nadat ze hun leerlingen beter kennen, gemakkelijker hun gedichten te bespreken vanuit een ontwikkelend standpunt dan vanuit een esthetische opvatting. Bijvoorbeeld kun je in het algemeen herkennen wanneer een leerling een doorbraak, een grote sprong voorwaarts, maakt.
Die sprong kan er al uit bestaan dat een kind domweg een pen op papier durft te zetten en zijn eerste gedicht maakt, of zelfs dat het zijn eerste regel schrijft.
De sprong mag dan in de ogen van de leerling een nieuwe en uitdagende onderneming zijn. Het kan zijn dat de leerling in termen van techniek of stijl plotseling lijkt te ontdekken wat een metafoor is, en dat niet uitsluitend verstandelijk.
De sprong kan ook betekenen dat hij of zij plotseling ontdekt dat het leuk is om te schrijven. De sprongen kunnen klein of groot zijn, maar ze zijn voor de meeste leerkrachten een vanzelfsprekend bewijs voor ontwikkeling.

De evaluatie van esthetiek
Het kind kan als zijn eerste zin schrijven: 'ik zie een kat'. De student die een emotionele doorbraak maakt kan schrijven: 'ik ben droevig'. De leerling die een metafoor ontdekt kan schrijven: 'de zon is een gele bal'
De leerling met zin in schrijven kan bladzij na bladzij met middelmatigheid volpennen. Ergo kan er een dramatische verscheidenheid bestaan tussen de ontwikkelingsgerichte en esthetische opvattingen van de leerkracht. Voeg dit bij de problemen die vastzitten aan elke esthetische beoordeling en je hebt een ontmoedigende en verwarrende hoeveelheid ideeën en gevoelens.
We mogen de gedichten van kinderen niet lezen "voor het eindrapport"

Leren beoordelen
Dit is het moment waar een 'laten we eens proberen hoe het gaat' een handige benadering is.
Een van de eerste dingen waarover de Teachers & Writers het eens waren dat een 'blinde' beoordeling te beperkt is. Hoewel een 'Nieuwe Kritiek methode' voordelen heeft, houdt die elke discussie langs ontwikkelingsgerichte lijnen tegen en dwingt beoordelaars om esthetische evaluaties te maken die onjuist zijn.

Bijvoorbeeld, als het bij een kind uit de basisschool een leuk stukje tekst betreft, zal hetzelfde schrijfsel stukken minder interessant zijn als het een leerling uit de hoogste klas van het voortgezet onderwijs blijkt te zijn.

Leuke spelfouten
Het kan zijn dat het 'leuke stukje' steunt op een spelfout die het ongewild een briljante wending geeft, zoals een van de kinderen op de basisschool van Kenneth Koch maakt die schreef: ' swan of bees' (bijenzwaan) inplaats van 'swarm of bees' (bijenzwerm).

Maar de belangrijkste waarde van de focus groepen was dat schrijvers en leerkrachten samen konden praten over het werk van de kinderen waarbij ze een betere kijk kregen op de manier hoe ze erover praten.
Stukje bij beetje ontwikkelen ze een woordgebruik dat ze niet alleen helpt om te beschrijven wat er aan de hand is met kinder- en studentenpoŽzie, maar ook wat er in hun eigen hoofd omgaat als ze die lezen.

Op meerdere manieren zijn deze focus groepen te vergelijken met groepen leerkrachten die de mappen met kinderteksten bespreken en de taalvormers die in werkgroepen en conferenties bijeen zijn. De meeste deelnemers komen met nieuwe energie en veerkracht uit dergelijke besprekingen. Leerkrachten zeiden: 'Ik hou ervan andere leerkrachten te ontmoeten die hun best voor de kinderen doen' .

Een 10 voor poëzie
In de meeste gevallen is het ontmoeten van collega's om het onbeantwoordbare te beantwoorden nuttig en bevredigend.
Is het niet zo dat we die kracht verwachten van de kinderen die we begeleiden bij het schrijven?
Natuurlijk is het een goede zaak om onze gevoeligheid zodanig te ontwikkelen dat het nuttig is voor de kinderen, maar het is een andere zaak om nu ineens de wereld te laten weten dat je meeste studenten een 10 voor poëzie krijgen.

Het cijfers geven voor poëzie is een verloren zaak
Aan de andere kant als we gedichten helemaal niet toelaten tot de dossiermappen van de kinderen, lopen we het gevaar kinderpoëzie tot iets marginaals te maken.
Het is van belang het schrijven van gedichten een plaats te geven in de schrijfaanpak, het te zien als een verrijking ervan. Daarmee geven we poëzie een soort 'diplomatieke onschendbaarheid' om zonder cijfermatige beoordeling opgenomen te worden in de taaldossiermappen van de kinderen.

Meer dan door deze en andere vragen in dit artikel ontmoedigd te raken, kunnen we ze zien als mogelijkheden van overweging, discussie en verdieping ten opzichte van wat we aan kinderteksten lezen.

© Ron Padgett, Teachers & Writers Collaborative New York
© vertaling: Henk van Faassen


Het gehele artikel: archief


meer artikelen over: het schrijven van gedichten