startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk





 


György Konrád:
'Onze aandacht verschuift van het een naar het ander, zonder systematiek, alleen geleid door de extase, zoals de opgehangen tuinlampion wordt bewogen door de avondwind.'

Literatuur bestaat niet alleen uit woorden,
maar ook uit stilte

Het is een imaginaire les, die ons leert hoe we aan zinnen een zelfstandige betekenis moeten geven
György Konrád in zijn boek 'Tuinfeest'

Ik schrijf het over om er beter over te kunnen nadenken.
Steeds vaker ontdek ik dat werkelijk grote schrijvers hun literaire proces ondergeschikt maken aan een persoonlijk proces waarin ze niet wezenlijk verschillen van een ieder die een pen opneemt om te schrijven wat hem of haar beroert.
Iedere keer als ik met kinderen aan het schrijven ben hoop ik dat ze zich niet van hun unieke schrijverschap bewust zijn.
Van elke unieke kindertekst die in handen van volwassenen raakt hoop ik dat die niet getoetst zal worden, noch op spelling en grammatica, noch op literaire kwaliteiten.
De kwaliteit van een tekst is niet meetbaar, ieder toetsinstrument is onbetrouwbaar.

De Griekse tragedie is anarchistisch, evenals de woorden van Prediker dat zijn
De dingen die kinderen schrijven als ze werkelijk zichzelf zijn, los van enige dwang van de normering van het taalonderwijs, zijn anarchistisch in de ware betekenis van het woord.
Zou het daarom zijn dat sommige leerkrachten en literaire educateurs de teksten van kinderen negeren of op zijn minst onderwaarderen? Ze zijn bang voor anarchie!

'De lange onafhankelijksoorlog die de literatuur voert tegen de gevestigde mening, zal nooit ophouden.
Hoe ver staan twee gezichtspunten van elkaar af: dit is het belangrijkste probleem van de belastbaarheid van een tekst.
De vrijheid om te verhalen moet worden verdiend, het verhaal is de hoogste vorm van ironie.
Per slot van rekening is het wat gewoontjes om het over waarde te hebben.'

Hoewel de door mij geciteerde teksten van Konrád handelen over literatuur ontkwam ik bij het lezen ervan niet aan het gevoel dat het ook van toepassing is op de dingen die ik schrijf, of nog vaker niet schrijf, over de processen die gaande zijn bij instellingen voor kunstzinnige vorming.
Zijn ze daar ook bang voor anarchie?

'Schrijven is proberen de oversteek te maken van engheid naar ruimheid.
Er is geen pure literatuur, dergelijke kwalificaties komen uit de koker van de schoolfrik.
Naarmate de tijd voortschrijdt, ontvouwt zich de tekst, elke lezing is een volstrekt individuele zaak.

En dan schrijf Konrád dingen die in het verlengde van onze opvattingen als taalvormers liggen:

Het Ik met zijn onverbiddelijke gelijk is slechts op één plaats koning: in de literatuur. Het literaire denken begint daar, waar het gemeenschapsdenken ophoudt. Gebarentaal, slechts verstaanbaar voor ingewijden; je kunt reeds in je kinderjaren een ingewijde zijn.'

Wat verstaan we onder literair schrijven?

'Literatuur handelt over de mogelijkheden van het schrijven.
Evenzo handelt de schilderkunst over de mogelijkheden van het schilderen en de muziek over die van het musiceren.

Wat kunnen we nog literatuur noemen na de grote reductie, de grote verschraling?
Twee dingen staan diametraal tegenover elkaar: het oneindige rijke bewustzijn en de eindigheid van het boek.
Onder de rimpelloze spiegel van de bewustzijnsvijver kolken de verdrongen ervaringen.

Ik grijp met mijn beide handen de tafelrand vast en geef mij over aan mijn verrukking.'

En wat is te zeggen over feiten en fictie:
Ik denk aan al onze gesprekken over krachtige ervaringsteksten en futloze fantasieverhalen.

'Waarom zou je je anders voordoen dan je bent?
De ene schrijver doet alsof hij waar gebeurde feiten te boek stelt, de andere publiceert een 'gevonden' manuscript, een derde vertaalt wat hij van een onbekende reisgenoot heeft gehoord.
Is het niet veel eenvoudiger toe te geven dat je het boek gewoon verzonnen hebt?
Ik kan alles op papier zetten wat ik wil, desnoods de gedachten van een walvisvaarder of een bankrover.
Ik acht bepaalde zaken die ik vroeger volstrekt triviaal vond, de moeite van het beschrijven waard.
Jonge auteurs denken vaak dat wat van hen is, niet het onderwerp van een roman kan zijn. Onze eigen vrienden zijn interessanter dan onze romanpersonages. Zij hebben zichzelf 'verzonnen', met grotere vindingrijkheid dan een schrijver het zou kunnen en met de verschrikkelijke krachtsinspanning die het leven vergt.'

Konrád haat literatuur: kijk liever goed om je heen!

'Met enige afschuw las ik Flauberts brieven over de heiligheid van de kunst.
Ik heb een hekel aan verzonnen figuren en verzonnen gebeurtenissen, ik vind ze onwaarschijnlijk en geforceerd. Slechts zelden lukt het me een roman uit te lezen. Wat een omslachtige manier om te beweren dat je anders bent dan je bent!
Veel woorden, weinig nauwkeurige observaties.'

Het ene boek is de inhoudsopgave van een ander boek dat nog niet geschreven is.

'De held dient in elke nieuwe zin een ietsje anders te zijn dan in de vorige. Het is saai wanneer steeds dezelfde persoon aan het woord is. De lezer behoort tussen de lezing van twee zinnen de tijd te hebben om op te staan en een blik uit het raam te werpen. De gelezen zin vormt een zelfstandige eenheid, die niet de steun van de context nodig heeft.
Het kan zijn dat achter elke zin een ander menselijk gelaat schuil gaat, een organisch, week, zichzelf reorganiserend kristal.'

Een dagboek kan een masker zijn en een 'document' is vaak volslagen fictief.
De schrijver romantiseert zichzelf.

'Mijn zoon zegt dat hij niets van mij kan herinneren als hij aan zijn kindertijd terugdenkt. Waarom niet? Hij was nog geen drie jaar oud toen hij dreigde een atoombom op mijn bord te zullen leggen, die ik niets vermoedend zou opeten, waarna er een enorme explosie zou volgen. Mijn uiteengereten lichaam zou in de Donau terechtkomen , door de vissen worden opgegeten en de vissen zouden daarna gevangen worden en in de keuken van zijn moeder belanden, die zou ze bakken. Tenslotte zou ik opgegeten worden door mijn eigen zoon, die de gebakken vis kreeg voorgeschoteld. Hij streek over zijn buik en gaf me een knipoog.
Een zoon blijft een zoon zolang zijn vader leeft.'

Werkelijk groots is wat Konrád over het nut van zijn eigen schrijverschap schrijft.

'Ik tracht de schamele inhoud van pathetische woorden te ontdekken. Ik privatiseer en depolitiseer mijzelf en noem mij een particulier persoon en een cynisch kosmopoliet.
Zo min mogelijk zinnen schrijven die ook een geleerde, een journalist of een rijmelende laureaat had kunnen schrijven.
Wat ik schrijf is volstrekt niet nuttig, en ik hoop dat mijn lezers dat ook niet van mij verlangen.
Mijn handelen is geesten oproepen, georganiseerde magie.

Onze aandacht verschuift van het een naar het ander, zonder systematiek, alleen geleid door de extase, zoals de opgehangen tuinlampion wordt bewogen door de avondwind.'

Henk van Faassen