startpagina

register
trefwoorden

index
literatuur

bekijk
foto's, werk

index
taalwerkvormen

lees ook:
Wat is taalachterstand

Whole Language


een andere moedertaal
Nieuwe kansen bij taalachterstand

Taalachterstand is een onderwerp dat veel leerkrachten bezig houdt
Ze begeleiden kinderen met een andere moedertaal dan het Nederlands en zien dat die het moeilijk hebben bij het spreken, lezen en schrijven in de Nederlandse taal.
Dit komt voornamelijk voor bij nieuwe immigrantengroepen maar ook binnen de autochtone bevolking zijn er bepaalde groepen te vinden die anders met hun taal omgaan dan men gebruikelijk doet.

Ongelijke kansen *)
Er zijn kinderen die van huis uit onvoldoende voorbereid zijn en worden om het onderwijs, zoals het meestal wordt gegeven, te volgen.
Dat komt omdat er voor hen in de thuissituatie weinig stimulansen te vinden zijn.(...)

Ons onderwijs is vaak niet afgestemd op kinderen met een taalachterstand.
De sterkste leerlingen krijgen de meeste kansen (Mattheus- effect) en de verwachtingen van de leerkrachten zijn matig met als gevolg een negatief effect (Pygmaleon- effect)
Dit kan ertoe leiden dat het onderwijs minder aansluit bij de belangstelling van die kinderen

Het belang van vernieuwing in het taalvaardigheidsonderwijs
Kinderen met een taalachterstand hebben van huis uit niet de taalvaardigheid die nodig is om op school goed mee te doen. Ze hebben wel een concrete dagelijkse omgangstaal ontwikkeld.
Ze hebben ook een 'schoolse' taalvaardigheid nodig, niet alleen voor het vak Nederlands maar voor alle vakken. De formele taal is immers de instructietaal, de taal die zowel door de leerkrachten als in de schoolboeken wordt gebruikt om de leerinhouden over te brengen.
(...)

Hoe kan de school taalvaardigheidsonderwijs 'geven' ?
Meestal is het klassieke patroon: onderwijs is kennisoverdracht. Dit werkt niet als het gaat over inzichten vaardigheden met de bedoeling dat die kennis door de kinderen toegepast wordt.
Al doende kunnen we de kinderen de noodzakelijke taalvaardigheden bijbrengen.
Ze kunnen dingen zelf ontdekken. Nederlands leren begrijpen, spreken, lezen en schrijven gebeurt het best 'al doende'.
Het meeste van wat wij als mens leren doen we vanuit een ervaring.
Dat is de reden dat werkwijze van taalvorming ervaringsgericht is.
(...)

Hele taal en taal in stukjes
Zo lang scholen bestaan is er taalonderwijs. (...)
Een heel nieuw inzicht is, dat taal juist door enorm gedetailleerd uitgewerkte taalmethodes en lespakketten moeilijk gemaakt wordt. Terwijl die speciaal ontwikkeld zijn om taal leren gemakkelijk te maken.

Whole Language
De Amerikaanse taalonderwijsbeweging 'Whole Language' verklaart dat zo:
'Nauwkeurige observatie helpt ons om beter te begrijpen wat taal leren makkelijk of moeilijk maakt. Het lijkt erop of veel schooltradities de taalontwikkeling van kinderen in feite hebben gehinderd. In ons streven om het gemakkelijk te maken, hebben we het moeilijk gemaakt. Hoe? Om te beginnen door hele (natuurlijke) taal in hapklare, maar abstracte kleine stukjes te breken. (...)

Veel leerkrachten zullen het herkennen: de ene dag ben je bezig de kinderen kleine stukjes taal aan te leren, zoals het gebruik van de lange ij en de korte ei, de spelling van werkwoordsvormen of de toepassing van voegwoorden. De kinderen doen de oefeningen goed, maar de volgende dag, of de volgende week, zijn ze het weer vergeten, vooral als in die volgende week weer nieuwe losse stukjes taal geleerd moeten worden.(...)

Het is natuurlijk niet zo dat kinderen niets leren van lesjes over deelaspecten van taal. Het is wel waarschijnlijk, dat het voor de meeste kinderen niet de gemakkelijkste, vruchtbaarste en leukste manier is om taal te leren. Het uit elkaar trekken van enerzijds: technische taalvaardigheden en anderzijds: de inhoud en bedoeling van taal, zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van de wanhoop van vele juffen en meesters, en de onzekerheid van veel kinderen op taalgebied. (...)

Taal leren en taal verwerven
De verschillende taaldidactische benaderingen zijn allemaal vormen van taal leren door middel van instructie. (...)
De vraag dringt zich op: als het directe-instructiemodel bij het leren van taal maar zo beperkt effectief is, waarom wordt er dan verhoudingsgewijs zoveel tijd aan deze manier van lesgeven besteed?
Een reden kan zijn, dat het leerkrachten een gevoel van controle geeft. (...)

En hoe zit het nu op school met het taal leren door taal op te pikken, met de taalverwerving dus?
Er lijkt geen duidelijke plaats voor taalverwerving op school, het lijkt of men denkt: dat moet vanzelf maar gebeuren, in de informele sfeer, tussen de lessen door, en thuis en op straat.
De redenen daarvoor zijn: taalverwerving vindt 'ongestuurd' plaats, kinderen doen het op eigen kracht, het gebeurt overal doorheen en valt niet vooraf gedetailleerd te plannen. (...)

Een tweede argument geldt voor alle kinderen
Dit ligt in de veronderstelling dat juist het loskoppelen van techniek en inhoud er op school voor zorgt dat taal voor veel kinderen moeilijk en vervelend wordt.
Kinderen struikelen over spelling, over zinsontleding en allerlei taalregels, over schrijven, over de AVI-eisen die aan hun leeftijdsgroep gesteld worden.
Als gevolg daarvan wordt er almaar meer tijd besteed aan deze technische vaardigheden, aan taal om de taal. (...)

Het weer op school terugbrengen van wat je ook weer wilde met taal, van wat je wilt zeggen, vragen, opschrijven, horen, lezen of weten, zou ervoor kunnen zorgen dat het gemakkelijke taalleren, de taalverwerving dus, ook weer in de school terugkomt. Het moeilijke zou er minder moeilijk door kunnen worden. Technische vaardigheden worden voor kinderen zelf belangrijk, als ze die ergens voor nodig hebben. En iedere leerkracht weet, dat kinderen gemakkelijker iets leren als ze dat zelf graag willen.(...)

Taal leren door taal te gebruiken
Wat we ontdekt hebben door observatie van kinderen in de voorschoolse leeftijd is simpel: mensen leren praten door te praten. En ze leren mondelinge taal begrijpen door te luisteren.
Als peuters eerst losse woorden of regels van zinsbouw zouden moeten leren voordat ze iets mochten zeggen, zouden ze minder snel leren praten. En ze zouden verschrikkelijk gefrustreerd raken.
Al pratend en luisterend bouwen ze op eigen kracht taalkennis op, en elke nieuwe bouwsteen stapelen ze op de vorige die er al stond.
Dat vermogen om al doende op eigen kracht te leren blijft bestaan als ze naar school gaan.(...)t.

Verhoudingsgewijs overheerst op school het eerstgenoemde soort taalgebruik. Vooral in klassen waar het alsmaar stil moet zijn en waar het hele jaar door getoetst en getest wordt.
Kinderen en leerkrachten lijken dan samen gevangen in een technische opvatting van taal. (...)

Taalachterstanden
Heel vaak maken we bij het geven van voorbeeldlessen mee, dat leerkrachten ons waarschuwen voor bepaalde 'zwakke' kinderen. Het zijn vaak kinderen die laag scoren op veel van de voor hun leeftijdsgroep vereiste technische vaardigheden.
Op scholen met veel kinderen van allochtone afkomst zijn er veel van; hun 'handicap' ligt zoals eerder gezegd in een gebrek aan talige, en vooral Nederlandstalige, ondersteuning van huis uit. (...)

Over deze kinderen gaat het, als men het heeft over 'achterstandsleerlingen'.
Het woord zegt het al: ze hebben een achterstand ten opzichte van een standaardniveau voor hun leeftijdsgroep. En het is ook duidelijk wat met een achterstand moet gebeuren. Inhalen! (...)

Kansen verhogen klinkt flink wat positiever dan achterstanden inhalen.
In de plaats van het beeld van kinderen waarmee iets mis is, die te langzaam, te dom, te allochtoon, verwaarloosd of juist overbeschermd zijn, komt het beeld van kinderen die zijn wat ze zijn en altijd een stap verder kunnen komen, als ze er de kans maar voor krijgen. (...)

Een combinatie van een programmatische lijn en een ontwikkelingslijn die van kinderen uitgaat
Die lijn bestaat al op veel scholen, in allerlei vormen.
Het zijn professionele leerkrachten die dat samengaan elke dag weer uitvinden.
Wij willen hun werk ondersteunen en meebouwen aan taalonderwijs volgens brede ontwikkelingslijnen, waarin de kinderen centraal staan. En daarmee keren wij ons tegen de hedendaagse neiging om het taalonderwijs juist weer te vernauwen tot het aanleren van losstaande vaardigheden, onder het vaandel van achterstandsbestrijding.(...)

Taal leren op eigen kracht **)
De term taalvorming behoeft enige uitleg. Taalvorming is afkomstig uit de kunstzinnige vorming, waar het deel uitmaakt van de discipline Literaire Vorming. Er was een tijd dat 'vorming' een belangrijke term was op het terrein van opvoeding en onderwijs: het ging letterlijk om het vorm geven aan deelgebieden van de totale persoonlijkheid van een mens. Kennis of technische vaardigheden waren daarbij ondergeschikt aan het doel van individuele ontplooiing. (...)


Tot slot
Ik denk niet, dat de problemen met het taalonderwijs en met de zogenaamde achterstanden daarmee zomaar uit de wereld zijn.
Maar wel, dat we met taalvorming op de goede weg zitten om daar op school iets aan te doen.
In plaats van kinderen aan te passen aan eindeloos verfijnde lespakketten en steeds frequentere toetsen: heel goed naar kinderen kijken, naar wat ze al kunnen en hoe ze leren, en daar het onderwijs aan aanpassen.
Het is vervolgens een uitdaging, om de resultaten daarvan zichtbaar te maken en serieus te nemen.

Henk van Faassen

*) geraadpleegde bron: Kansarmoede en taalvaardigheidsonderwijs, Vormingscentrum Leuven
**) Suzanne van Norden: Taal leren op eigen kracht, taalverwerving op school met behulp van de werkwijze van taalvorming. Uitgave: Koninklijke Van Gorcum Assen, ISBN 90 232 4020 0

Dit artikel is ingekort. U kunt de complete tekst opvragen: archief
naar boven
terug