startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur

bekijk
foto's, werk

 




 


Beschouwing
Noodzaak tot democratisering van de drukpers

Zijn de grafische technieken er,
om de ambachtelijke beoefenaars ervan het alléénrecht te geven om 'boodschappen' te produceren en te verspreiden?

De grafische kunstenaar beoefent zijn vak en maakt reeksen fraaie prenten, in bescheiden oplagen omdat anders de waarde van de drukken voor de verzamelaars daalt.
Zijn bewogenheid vloeit uit in druksels.
Er is een oplage en meerdere mensen kunnen kennis nemen van zijn bewogen boodschap.
Hij beheerst een techniek om zich te uiten, zijn stem te verheffen, zijn gebaren kracht bij te zetten, hij zal gehoord worden tenzij zijn prenten verdwijnen in mappen en kasten van verzamelaars, musea en dergelijke.

Houden kunstenaars zich bezig met het scheppen van voorwaarden om mensen, te beginnen bij de kinderen op school, de mogelijkheden te geven zich te uiten?
Dat is zo in de tijd van De Werkschuit, daar wordt gezocht naar vrijmakende technieken, er wordt gepraat met onderwijsmensen. Er is gewerkt aan leerplannen

Creativiteit
Het ontwikkelen van die creativiteit zou alles moeten oplossen. Vreemd genoeg bleek de creativiteit zich dan bij voorkeur te moeten ontwikkelen op die gebieden waar het voor ieder zichtbaar kon zijn en dat waren dan weer net die vakken die ook met een beetje moeite omgebouwd konden worden tot kunstzinnig vak.

Het "nuttige tekenen" werd beeldende expressie, de nog veel nuttiger handenarbeid werd creatieve handvaardigheid en moeilijke gedichten uit je kop leren werd verbale expressie enzovoort.
Natuurlijk was er nagedacht over de leervakken en de creativiteit daarin en daarvan. Integratie van leer- en muzische vakken moest daarbij helpen.
Hoe geïntegreerd de vakken aardrijkskunde en handenarbeid ook gegeven werden en hoe mooi en leerzaam de gekleide landkaarten er ook uitzagen het werd nooit een geheel.

De kunstenaar, op de school waar hij werkte, bezig met het ontwikkelen van creativiteit en expressiviteit mocht duwen wat hij wilde het bleef een zinvol versierde leerles en niets meer.
Geïnspireerd door het werk van de franse onderwijsvernieuwer Celestin Freinet zijn in Nederland de 'scholen met de drukpers' actief geweest.
Alhoewel op deze scholen de drukpers centraal stond ging het er toch meer om een leermiddel. Een hulpmiddel voor hen die bij hun onderwijs van een "centre d' intérêt" uitgingen.
Natuurlijk konden kinderen daarbij hun ervaringen uitwisselen via schoolkranten en dergelijke, maar het bleef een uitwisseling tussen de scholen, het ging om het onderwijs zelf, aan een communicatie met de buitenwereld kwam men niet toe.

De taalles en de noodzaak tot democratisering van de drukpers
Bij het taalonderwijs wordt aan alles gedacht.
De vorm en klank van het afzonderlijke letterbeeld wordt aangeleerd, daarna duidelijk gemaakt dat groepjes letters een woord met een betekenis vormen.
Woorden worden zinnen en al die zinnen vormen dan na jaren moeizaam gezwoeg van de meester en zijn leerlingen het opstel of het dictee.
Het dictee dat de meester laat zien of het allemaal geholpen heeft, of de d's en de t's wel op de goeie plaats staan of de stijl en opbouw van het opstel wel klopt enzovoort.

De leerling ontwikkelt zich via kroontjespen naar vulpen en ballpoint, van keurig schoolschrift naar al dan niet goed leesbaar maar in ieder geval karakteristiek handschrift.
Maar wat spreekt zo'n leerling in zo'n taalles nu uit? Wat schrijft hij op? Uitsluitend datgene dat bestemd is voor gebruik binnen die (taal) les. Alles dat buiten de klas uitlekt dient slechts om te bewijzen dat de les geholpen heeft.

Communicatie
Taal is een communicatiemiddel en wordt gebruikt als er een noodzaak tot communiceren is. Die noodzaak van communicatief handelen is binnen de schoolmuren slechts aanwezig als controlemiddel en slechts gebruikt als zinvol voor het lessenvolgen. Is dit wel een zinvolle voorbereiding op de communicatienoodzaak in de maatschappij die na de schooltijd de leerlingen als werkers gebruikt?

Kennis en beheersing van communicatietechnieken is niet alleen voor- behouden aan ambachtelijke beoefenaars van deze of gene techniek.
Niet alleen omdat een beperking in de mogelijkheden daartoe, een vermindering van de uitingsmogelijkheden geeft, maar ook omdat door een gebrekkige, of vaak zelfs ontbrekende kennis van de communicatietechnieken bet moeilijk wordt de uitingen van professionele beoefenaars van de communicatietechnieken op de juiste waarde te beoordelen.

De waarde van een gedrukte mededeling zal stijgen als zowel vervaardiger, de zender, als de lezer, de ontvanger, evenveel en hetzelfde inzicht hebben in het ontstaan van de gedrukte informatie. Het begrip: "Hij kan liegen alsof het gedrukt staat" zal zijn betekenis verliezen.

Een voorbeeld:
Voor een hele jaarproductie tegelijk worden dozen gedrukt met het opschrift "verse eieren". Dat maakt nog niet ieder ei dat in die doos terecht komt tot een vers ei. Toch aanvaarden we die mededeling gemakkelijker dan de uitroep van de marktkoopman: "verse eieren".
Ieder is bij machte de woorden van de man te betwijfelen of te geloven. De communicatietechniek van de marktkoopman beheersen we allemaal. Die van de marktkoopman in het groot met z'n voorbedrukte dozen en wat daar dan nog aan gedrukte verkoopboodschappen bijkomt beheersen en doorzien we niet allemaal.

Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid is een kostbaar bezit, vrije meningsuiting, vrije expressie, noem maar op. Toch zijn alle media die al die vrijheden moeten garanderen, bewerkstellen zelf veelal de beperkers van vrijheid.
Ik hoef het niet te hebben over alle schuttingen die om de beoefenaars van de vrije beroepen heen staan: "Vakmanschap is Meesterschap" en de meester is de baas.

Als we inhoud willen geven aan de democratische kreet: "vrijheid van drukpers" zal iedereen vrijelijk moeten kunnen beschikken over inzichten en middelen om uitingen meningen, informatie enz in woord en beeld te produceren, te verzamelen en te verspreiden.
Kennis en inzicht in de technieken van zoveel mogelijk communicatieve media zullen we ons eigen moeten maken. De media zijn veelal onderworpen aan bezits- en controle verhoudingen.

Ondanks brief- en telefoongeheim kunnen brieven geopend, gesprekken afgeluisterd worden. Tijdschriften en dagbladen zijn veelal in handen van concerns. Het kopieerapparaat staat op de meeste scholen op de administratie of bij de conciërge, vaak onbereikbaar voor leerlingen en zijn meningen en uitingen van de leerlingen daardoor onderworpen aan en goedkeuring tot publicatie van de schoolleiding.
Verspreiding van meningen en informatie doormiddel van radio en tv is slechts mogelijk via omroepverenigingen en onderhevig aan controle door de overheid.
Hoe progressief een enkele omroep zich ook opstelt, gaat niet alles de ether in. Gemaakte films, dia's en videotapes moeten vertoond worden en zijn daardoor afhankelijk van controle door zaaleigenaar die op zijn beurt weer bekeken wordt door de gemeentelijke autoriteiten. En ga zo maar door.

Er is een theoretische uitingsvrijheid maar praktisch is er altijd iets dat die uitingsvrijheid beperkt of zelfs uitsluit. En dan maakt het niets meer uit of die vrijheidsbeperking nu het gevolg is van het ontbreken van beheersing van een uitingstechniek of een controle door een bezittende of regerende groep.
Er valt gemakkelijk vast te stellen dat media en ook de scholen zoals ze functioneren eerder bijdragen tot het verhinderen dan tot het ontwikkelen van een democratisch proces.
Democratie gaat er van uit dat elke burger mondig genoeg is om over het lot van de gemeenschap mee te kunnen bepalen.
We dienen te onderzoeken hoe bijvoorbeeld het drukken en daarmee bedoel ik alle grafische technieken, boven de esthetische functie nog een andere functie kan krijgen.

De grafische kunstenaar kan kiezen voor het "meesterschap". Hij kan via zijn kunst macht uitoefenen. Hij kan ook kiezen voor iets anders. Verschillende groepen en individuen hebben de monopolistische bolwerken van drukkers en uitgevers reeds genomen en er verschijnen regelmatig uitingen die zijn ontstaan op manieren die vrij zijn van pressie of controle door anderen. Toch blijven ook in die groepen hindernissen te nemen. Kartelafspraken druisen in tegen de wet op de drukpersvrijheid is duidelijk. Wat niet duidelijk is waarom beroepsmatige verspreiders van het (vrije) woord hieraan meewerken.

Taalvisualisatie
Leren we echt onze taal visueel te maken? Leren we echt zodanig articuleren dat onze woorden boorbaar en zichtbaar zijn voor meer mensen tegelijk?
Laten we nu ook leren en onderwijzen hoe we moeten drukken, en films, televisie, radio, videobanden enz. maken, opdat we op den duur vertrouwen krijgen in eigen communicatie- en uitdrukkingsmogelijkheden waardoor de democratische idealen steeds meer realiteit worden.
Met het geëmancipeerd gebruik van de oude druktechnieken kunnen we misschien ontdekken op welke manier de nieuwere media gebruikt kunnen worden.

De taak van de beeldende (grafische) kunstenaar in het onderwijs is: Een dimensie toevoegen aan esthetische opvoeding, aan "kunst"onderwijs.
De ontwikkeling' van bet creatief vermogen van de leerling moet evenzeer ontwikkeld worden als de technische vaardigheden ter vergroting van de actieradius van de mening.
Van kunst van het drukken" naar het grafisch vermenigvuldigen van uitingen. In het onderwijs de leerling te leren articuleren: lezen, schrijven, spreken, tekenen, drukken enzovoort.
Waar het eerst slechts de opdracht van de kunstenaar opvoeder was "winter in het bos' en het waken over de uitvoering ervan, moet nu als opdracht gezien worden in projecten samen te werken met leraar Nederlands, en maatschappijleer enzovoort.
Niet als een van die leuke beeldende technieken maar als een techniek om via een oplage mensen buiten de school te bereiken en de reflecties daarvan weer opnieuw te verwerken.

De taak van de kunstenaar
Door isolerende factoren van het onderwijs naar buiten breken.
Om dit te bereiken zal de per definitie individueel werkende kunstenaar de technieken waar hij zicht op heeft toegankelijk en toepasbaar moeten maken voor groepen anderen.
Hij zal daartoe wellicht nieuwe technieken moeten ontwikkelen.
Hij zal zijn, al dan niet ivoren, toren moeten kunnen verlaten en moeten kunnen vergeten dat het om kunstzinnige vorming zou moeten gaan.
Kortom hij zou moeten zoeken naar middelen voor iedereen zich vrij te uiten.

Henk van Faassen

20 12 1973

meer over kunst en humaan taalgebruik