|
Reggio
Emilia in Amsterdam
De verloren eer
van de kinderen op De Werkschuit

Twee sporen
De kinderen van Reggio Emilia nu trekken
in Amsterdam meer aandacht dan de kinderen van De Werkschuit toen.
De medewerkers van de Werkschuit waren kunstenaars met een pedagogisch
didactische bijscholing. In Italië noemt men deze kunstenaars
atelierista.
Er blijkt een evenwijdig spoor tussen de pedagogiek van De Werkschuit
in Amsterdam en de Pedagogiek uit Reggio in Italië te lopen.
Het is geen toeval dat kinderen in het SM hun werk tentoonstellen.
In 1950 en 1953 zijn er al tentoonstellingen onder de titel
'Kinderen uiten zich' door de Werkschuit gehouden.
Het is de moeite waard om de mijlpalen langs de sporen, die kinderen
trekken, te ontdekken.
[ Henk van Faassen
]
Aansluiting
bij het kind zelf
Als deze wereld nog te redden is dan moet die te vinden zijn bij
het kind en zijn opvoeder.
"In ieder kind bloeit, stil verborgen, een wonderbloem".
We moeten wel gebruik maken van de mogelijkheden in een kind,
een natuurlijke drang tot activiteit, verlangen naar kennen en
kunnen, en altijd op zoek naar belangwekkende zaken in het leven.
We moeten nooit negatief, maar steeds positief te werk gaan, niet
"Jantje blijf af, maar Jan geef aan".
[ Jan Ligthart
in 'Jeugdherinneringen' ]
Twee
pedagogieën
Het pedagogisch gedachtegoed dat in de kindercentra van Reggio
Emilia in Italië ontwikkeld is stoelt op overbrugbare tegenstellingen.
Kunst tegenover Wetenschap, Individu versus Gemeenschap, Kind
versus Volwassene, Genieten versus Studeren.
[ Loris Malaguzzi
]
Nieuw
is alles eens, maar niets blijft het
Er is een onmiskenbare overeenkomst met wat de Werkgemeenschap
voor Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs (WVO) al in 1936 in
Nederland introduceerde.
" Ervaren wij het niet als zielig, soms bijna tragisch, wanneer
wij in aanraking komen met iets, dat de naam 'nieuw' draagt, maar
waarvan wij bij de eerste aanblik merken, dat het al evenzeer
verouderd, even duf en star geworden is, als zijn minder pretentieuze
concurrent die zich niet van dit gevaarlijke etiket heeft voorzien?"
[ Kees Boeke ]
De Werkschuit en de dogma's
Ontwikkeling van creatief vermogen én
een gevoel voor schoonheid. Die visie wordt door de kunstenaars,
die de Werkschuit opgericht hebben, concreet omgezet in werkvormen
voor ieder die met kinderen werkt.
Binnen de Montessoribeweging zijn geen bezwaren tegen de opvattingen
van de Werkschuit ondanks het feit dat veel dogmatische montessorianen
het tegendeel beweerden.
Sporen van een zekere dogmatiek valt bij de hedendaagse Reggionianen
niet te ontkennen. Ondanks verschillen in volksaard en onderwijsopvattingen
moeten alle Nederlandse initiatieven het keurmerk uit Italië
dragen. Zelfs de Nederlandse kunstenaars moeten een Italiaans
insigne dragen: Atelierista.
De
ideeën
Kunst dient de grondslag van de opvoeding te zijn. Het gaat niet
om een opvoeding tot kunst maar om eigen ontplooiing waarbij gebruik
gemaakt werd van aan de kunsten ontleende expressievormen zoals
poëzie en muziek, verbaal en auditief.
[ Herbert Read,
cultuurfilosoof ]
Kindertekeningen
in het museum
Willem Sandberg is een overtuigd voorstander
van de vernieuwingsbeweging in de kunsten en omarmt de Cobra kunstenaars.
Vandaar is zijn verbondenheid met kindertekeningen gemakkelijk
te verklaren. Samen met de medewerkers van De Werkschuit sleept
hij kindertekeningen zijn museum in. Er wordt in 1951 een spraakmakende
tentoonstelling ingericht. Er is ondermeer een 'vuilnishoop' van
kindertekeningen te zien die op een 'kopieermanier' gemaakt zijn.
Deze aanschouwelijke manier van tentoonstellen van een opvatting
over verkeerde methodes werd door bepaalde mensen als persoonlijke
belediging opgevat, hetgeen enige stof deed opwaaien, wat ook
nodig is
De schoollokalen werden als fantasieloos, lelijk en gespeend van
inspiratie bestempeld.
Er werd uitsluitend uniform klassikaal onderwijs gegeven door
mensen die tevreden waren met smakeloze rotzooi.
[ Willem Sandberg, directeur Stedelijk Museum ]
Kinderen
uiten zich
Een tweede tentoonstelling is in 1953. Deze keer hangen er mooie
kindertekeningen in plaats van de voorbeelden van hoe het niet
moet. Het gaat er niet om dat kinderen kunstenaars in de dop zijn,
maar om de ontwikkeling van creativiteit en vrije ontplooiing
in algemene zin.
We
gaan de kunst teruggeven aan de kinderen
Dat roept de latere museumdirecteur Rudy
Fuchs in 1998 bij een tentoonstelling van het werk van kinderen
uit Reggio: Hij denkt aan Cobra. "Ieder mens is een kunstenaar",
maar hij vergeet wat zijn illustere voorganger tot stand bracht.
Maar ja dat was in die jaren zestig
Toch meldt Marlies van der Veer, docent expressie en beeldende
vorming op het college voor peuterleiders, dat ze nog steeds teert
op de ideeën uit de jaren zestig. Het gedachtegoed van De
Werkschuit houdt haar gaande.
Maar er is iets mis gegaan sindsdien.
Wat moeten we opsporen om de draad weer energiek op te pakken?
Het
begin van de sporen
Zes dagen na het einde van de tweede Wereldoorlog
bouwen bewoners van Villa Cella, een dorpje iets buiten Reggio
Emilia, in Italië, uit de bakstenen van verwoeste huizen
een kindercentrum voor jonge kinderen. Het geld kwam van de verkoop
van een legertank, een paar vrachtauto's en twee paarden die de
Duitsers achtergelaten hadden.
Na acht jaar strijd tegen de Katholieke kerk lukt het in 1963
een gemeentelijk kindercentrum voor 3-6 jarigen in Reggio Emilia
te beginnen. De school volgt de visie van Loris Malaguzzi. Verkenningen
buiten de school zijn een vanzelfsprekend onderdeel van de dagelijkse
ervaringen die de kinderen bij het spelen opdoen. Ze ontwikkelen
daar hun denken en hun taal. Kindertekeningen zijn kunst in het
eerste kindercentrum in Reggio
Kenmerkend voor de centra die hierna overal in Reggio Emilia ontstaan
is de aanwezigheid van kunstenaars, de Atelierista, die in de
werkplaatsen voor kinderen uitdagende beeldende activiteiten uitvoeren.
Deze experimenten zijn te vergelijken met de activiteiten die
al eerder op De Werkschuit door kunstenaars uitgevoerd werden,
en waarvoor het gedachtegoed van onder andere Maria Montessori,
Celestin Freinet en Piaget model staat.
Taaldrukken
in afgeleid van cultuuraspecten
In 1976 gaat De Taal- & Drukwerkplaats
open als een taalvormende werkplaats, om te benadrukken dat taal
ook iets is dat door iedereen 'gemaakt' kan worden. In deze werkplaats
gebruik je taal als gereedschap.
Krabbels beginnen bij kleuters de vormen van letters aan te nemen.
De werkelijke bron van ontluikende geletterdheid in de beste zin
van het woord. Met taaldrukwerkvormen kunnen ervaringen van kinderen
op dat moment voor het eerst, behalve met beelden, ook met woorden
vastgelegd worden.
Bijvoorbeeld wordt het groepsgevoel gestimuleerd doordat alle
stappen die in het taaldrukproces gezet worden vanuit een groep
ondernomen worden.
Dat wil echter niet zeggen dat de individuele uiting ondergeschikt
is aan het groepsproces.
Het is datgene dat mensen in een gemeenschap, met hun denk- en
vormgevend vermogen, hebben gemaakt om het 'alledaagse' betekenis,
waarde en zin te geven.
De waarde van taaldrukken als vormend aspect van de kunsten is
mensen en dus ook kinderen, zich er van bewust te laten zijn dat
dit vermogen niet afhankelijk is van een kunstzinnige professionaliteit.
In de praktijk van de kunstzinnige vorming is het misverstand
grotelijks aanwezig.
Men denkt dat de kunstenaars de bezitters zijn van de oorsprong
en de kracht van het heilige der kunsten en als je nu maar zorgt
voor een goede imitatie naar inhoud en techniek.
De waarde van taaldrukken op dit punt is dat gebruik gemaakt wordt
van universele talige technieken. Die technieken zijn niet afhankelijk
van de moedertaal en de mate van kennis van de tweede taal.
Ik verwijs bijvoorbeeld weer naar de taaltekening en de vormstempels
als universeel talig instrument.
[ Henk van Faassen
]
Pedagogiekontwikkeling
Als Margot Meeuwig in 1995 de stichting
pedagogiekontwikkeling voor het jonge kind opricht, is aan niets
te merken dat ze zich baseert op verworvenheden uit Nederland.
Liever richt ze zich op Reggio Emilia, waarschijnlijk omdat dit
begrip lekker exotisch klinkt.
Fascinatie
Het is onjuist om het belangrijke werk dat de vele Nederlandse
kunstenaars verricht hebben om het pedagogisch handelen met betrekking
tot de creativiteit van jonge kinderen te verbeteren te negeren.
Intrinsieke motivatie is als een fascinatie
Inspelen op de natuurlijke exploratiedrang van mensen, de behoefte
om de eigen mogelijkheden te vergroten. Begeleiders kunnen 'lerende'
helpen bij het vinden van die fascinatie en er een passende structuur
bij aanbieden.
[ prof. Dr. F.Laevers,
universiteit Leuven ]
Emotionele
ontwikkeling
Na de oorlog heerst binnen het onderwijs een gebrek aan emotionele
ontwikkeling van kinderen.
Tekenen is meer dan het vervaardigen van een nette kopie van een
inhoudsloos voorbeeld.
De kunstenaars van de Werkschuit vinden dat kinderen zoveel mogelijk
vrij gelaten moeten worden, maar dat een zekere didactiek niet
mag ontbreken.
Gestimuleerde Expressie, Vrijmakende technieken
zijn de sleutelbegrippen.
[ Langevin en Lombard pedagogen ]
Speel
goed met goed speelgoed
Ouders moeten hun woning inrichten op een manier zodat kinderen
er lekker kunnen spelen met verantwoord speelgoed. Arbeiderskinderen
spelen wel meer buiten dan kinderen van hoger opgeleiden, maar
hebben minder speelgoed en mogen ook de boel thuis niet vies maken
met hun spel. Leermoeilijkheden op school zijn toe te schrijven
aan belemmeringen van speelmogelijkheden.
[ Wilhelmina Bladergroen
pedagoge 1957 ]
De
honderd en eerste taal van de kinderen
Er verschijnen verschillende handboeken over het werken met taal
in combinatie met drukken, de laatste: "Taal
leren op eigen kracht" is een handboek over Taalvorming
dat kan helpen om het evenwicht tussen taal leren en taal verwerven
te herstellen. Een thema dat een duidelijke plek voor taal aangeeft
voor de Reggio pedagogiek maar daar niet terug te vinden is.
[ Suzanne van Norden
2004 ]
Talige signalen
Wat zijn de vaardigheden van de 'Atelierista' als het om taalontwikkeling
gaat?
In het boek 'De honderd talen van kinderen'
valt mij op dat het voornamelijk gaat om beeldende taal, muzikale
taal, bewegingstaal, taal van verbeelding en fantasie enzovoort.
De honderd en eerste taal, die van het verbale vermogen mag van
mij best meer aandacht krijgen.
De basisvaardigheid van een begeleider van peuters en kleuters
is een optimaal vermogen om talige signalen van hen op te vangen.
Die signalen manifesteren zich niet altijd, of liever gezegd niet
vaak, in een taal met woorden zoals wij die kennen. Het kunnen
ook andere uitingen zijn zoals bijvoorbeeld gebaren of spontane
huilbuien en dergelijke. Het is daarom zaak die uitingen te kunnen
decoderen.
[ Henk van Faassen
]
Met
kleuters kun je de hele dag praten, als je wilt
Dat varieert van vragen wat ze op hun boterham willen tot nagaan
hoe die ruzie nu precies kwam; van praten over de lieveheersbeestjes
die ze op het speelplein vinden tot boekjes voorlezen.
Praten is taal, net als schrijven. En voor kleuters is tekenen
ook taal. Bij taalvorming kijken we naar taal als een middel waar
je jezelf mee kunt uitdrukken, net zoals je dat met beweging kunt
doen, met spel of met verf.
De bron is onze eigen nieuwsgierigheid naar wat kinderen meemaken,
wat ze beweegt en wat ze waarnemen.
[ Suzanne van Norden
]
Reggiopolitie
Veel mensen zien de Stichting Pedagogiek
Ontwikkeling Reggio Emilia, SPOREN, als een moeilijk toegankelijke
organisatie die de ideeën en pedagogiek van Reggio Emilia
wil beschermen.
"We zijn serieus en willen de diepte in. Dat wordt niet altijd
gewaardeerd. Dat is soms frustrerend, maar eerst moesten we ons
de visie zelf eigen maken. In Italië willen ze juist niet
geïmiteerd worden. Ik wil niet mystificeren, maar een concreet
voorbeeld zijn voor anderen. We waren lange tijd onzichtbaar,
maar de komende jaren zullen we naar buiten treden, omdat er allerlei
ontwikkelingen in gang zijn"
[ Margot Meeuwis
]
Sporen
van Reggio
In Amsterdam zijn die sporen voornamelijk duidelijk te herkennen
in het kindercentrum De Platanen
en in Basisschool De Kraal.
Op een driedaagse conferentie met een tentoonstelling in het werkgebouw
Het Veem in Amsterdam treedt de Stichting Pedagogiek Ontwikkeling
Reggio Emilia in november 2007 naar buiten.
De drie dagen hebben als thema: "Kinderen
zijn elkaars eerste pedagoog", De tweede pedagoog
is de groepsleider, de "Pedagogista" , zijn de ouders
en leerkrachten. Als derde "Pedagoog" wordt de ruimte
en het materiaal dat zich daar in bevindt aangewezen.
Zoeken
en vinden
In het najaar van 2007 zijn de kinderen met hun beeldend werk
opnieuw in het Stedelijk museum. Gerelateerd aan de tentoonstelling
van het kunstenaarsduo Heringa
/ Van Kalsbeek worden op 15 basisscholen in
Noord-Holland binnenschoolse
projecten op basis van de Reggio benadering, maar
los van stichting SPOREN ontwikkeld, begeleid door 15 kunstenaars.
Motto:
Creativiteit is de vrijheid om ieder moment iets van een andere
kant te bekijken
[ Carla Rinaldi,
Reggio Children ]
Vakopleiding
De Reggio benadering is inmiddels ook doorgedrongen tot de PABO.
De Hogeschool Edith Stein in Hengelo
past de Reggiobenadering toe. "Snel modelleren bevordert
het proces bij kinderen."
Reggio is een inspiratie voor beter onderwijs, ook in de kunstvakken.
"Om de nodige vragen bij de studenten op te roepen gebruiken
we de kunstvakken de benadering uit Reggio Emilia. De studenten
krijgen een filmpje te zien waarop een groepje kinderen aan het
werk zijn met papierenplakband en speciaal bij elkaar gezocht
kosteloos materiaal. De studenten reageren door te kijken aan
welke competenties gewerkt wordt, wanneer kinderen op deze manier
ruimtelijk aan het werk zijn."
De studenten kregen de kans om zicht te krijgen op de betekenis
van een rijke leeromgeving en de betrokkenheid van het kind bij
het proces. We proberen binnen onze opleiding deze leerlijn verder
uit te breiden naar een minor. De Reggio-benadering kan zo een
inspiratie zijn voor beter onderwijs.
[ Jaap Besteman,
kunstenaar en docent Beeldende Vorming ]
Op de PABO
willen we studenten een onderzoekende en nieuwsgierige werkhouding
bij brengen.
Zowel bij leerpraktijk/pedagogiek als bij beeldende vorming besteden
we aandacht aan de doorgaande processen in het onderwijs van onder
andere Reggio Emilia.
In het onderwijs van Reggio Emilia worden groepsleiders intern
opgeleid. In de schoolpraktijk leren zij het vak. Dit geeft kwaliteit,
omdat de goede pedagogische aanpak gecontroleerd wordt door pedagogen
op de achtergrond. De groepsleider wordt ook ondersteund door
een kunstenaar die inspiratie en visie meegeeft.
Deze onderwijsvorm is in Nederland misschien op een andere manier
mogelijk, door de functie en het docententeam van de Pabo te verschuiven
naar de basisschool. De Pabo-student brengt bij deze stage meer
tijd door in de basisschool en wordt hier meerdere uren per week
gecoacht door een Pabo-docent. Binnen Nederland zijn enkele ideeën
voor pilots op dit gebied. Hopelijk krijgt dit opleidingsvisioen
de komende jaren een kans om zich in de praktijk te bewijzen.
[ Sarai van de Boel, docente
Educatieve Faculteit Hogeschool van Amsterdam ]
Is
er een gevaar?
Het gevaar bestaat dat als we kinderen in de eerste vijf levensjaren
opbergen in de getto's van de crèches dat hun leerproces
beperkt wordt. Ze moeten het ware leven in!
Je kunt kinderen informeren als ware het objecten. Je kunt kinderen
echter niet 'be-kennissen'. Kennis is een persoonlijke staat waarin
je je bevindt. Daarom moet kennis omgezet worden, vertaald worden,
naar informatie om het te kunnen overbrengen en niet andersom.
Dat geldt al voor de peuters in een Reggio kindercentrum
We
stoppen kinderen allemaal in een soort Disneyland
Scholen zijn getto's voor kinderen geworden. Waar kinderen vroeger
in grote huizen, soms kastelen, met volwassenen samen leefden
zitten ze nu opgeborgen in gezinshokjes. Die gezinnetjes worden
angstvallig afgescheiden van de boze wereld, van het leven op
de straat waar het onveilig moet zijn. Het gezin als hoeksteen
van de samenleving, maar wel een samenleving vol, christelijke,
waarden en normen.
"als we onafhankelijke kinderen willen opvoeden moet er behoorlijk
wat veranderen aan het gedrag van volwassenen".
[ Margaret Mead
]
Als
we kinderen niet belasten met doelen van educatie zullen we onszelf
bevrijden
Honger, kinderarbeid en prostitutie daaronder lijden veel kinderen.
Kinderen hebben te weinig praktische mogelijkheden om zichzelf
te realiseren. De rechten van het kind zijn in hoge mate theoretisch.
Ze hebben geen eigen toegang tot de media, hun invloed is altijd
afgeleid van die van volwassenen. Kinderen zijn sociaal gevormd
door de onverdraagzaamheid van de vorige generatie terwijl we
verwachten dat ze tot een betere wereld bijdragen. Toch is vernieuwing
van de samenleving het enige alternatief tot een culturele omwenteling
als we een forse revolutie als middel verwerpen. Ons leven dient
herbouwd te worden en dat moet gebeuren in een zorgzame coöperatie
met kinderen. Weten we het antwoord op de vragen van kinderen
wel als ze willen weten waarom we ons in auto's verplaatsen in
plaats van te lopen? Waarom ze de postbode geen kusje meer mogen
geven?
In videospelletjes leren kinderen schepen tot zinken te brengen.
Al zulke spelletjes hebben een identiek patroon van ruimtes waar
ze moeilijkheden uit de weg moeten gaan om een schat te bereiken.
Dit staat lijnrecht tegenover de noodzaak van een vernieuwde aanpak
van opvoeding en onderwijs waarbij de schat in de kinderen zelf
aanwezig is. De vreugde van het leven zelf is een verloren bron.
De volwassen wereld heeft van de kinderen te leren hoe die vreugde
terug te winnen.
[ prof. Hartmut
von Hentig ]
Een
explosie van onderwijsconcepten
We worden doodgegooid met werkwijzen zoals Ervaringsgericht onderwijs,
Ontwikkelingsgericht onderwijs, Basisontwikkeling, Piramide, Kaleidoscoop,
Reggio Emilia. En nog vele buitenlandse varianten. Vinden we een
hoge score op een toets een criterium om de ontwikkeling van kinderen
te beoordelen? Of willen we andere kwaliteiten meewegen? Wat willen
we met onze kinderen?
Kinderen moeten niet alles van de volwassene opgelegd krijgen.
Nadruk zou moeten komen te liggen op een geslaagde interactie
tussen leerkracht en leerling. Er bestaat geen simpele techniek
om een onderwijsconcept voor een kindercentrum te bepalen. Er
moet veel meer discussie ontstaan.
De eenheid tussen denken en doen van een geheel team moet gestimuleerd
worden.
[ Bert van Oers:
Onderwijsconcepten in De wereld van het jonge kind. sept. 2000]
Henk van Faassen
2001
naar
boven
|