startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk



 


Lesontwerp
Denken en terugdenken

Wie weet nog hoe merelgezang
en koekoeksroep eens hebben geklonken?
Wat eens zo betoverend klonk
't is al vergeten en verzonken
*)

Herinner je je nog iets wat je lang geleden deed?
Als kinderen moeiteloos ervaringen in hun herinnering kunnen terugroepen dan zullen ze daar optimaal gebruik van maken voor hun taalontwikkeling. De waarde van denken is voor hen dan vanzelfsprekend geworden.
Taalvorming is per definitie afhankelijk van het vermogen van kinderen om terug te denken.
Ervaringen zijn dingen die je persoonlijk hebt meegemaakt, uit de eerste hand gezien, die je geproefd, geroken, gevoeld hebt.
Het is een werkelijk gebeurde situatie die kinderen kennen uit eigen waarneming.

Tweedehands ervaringen zijn bijvoorbeeld film- of televisiebeelden. Hoewel kinderen vaak doen alsof ze die zelf ondervonden hebben, vallen ze niet onder eigen ervaringen. Kinderen kunnen geholpen worden om bij hun persoonlijke ervaringen terug te keren en erop te leren vertrouwen. Herinneringen aan ervaringen worden onder meer opgeroepen door kinderen voor te lezen.
Het is dan wel zaak het verhaal naast hun eigen ervaringen te leggen door te vragen: "zo gaat het in het verhaal, hoe gaat het nu bij jou?"
Het verhaal mag dan niet gebruikt worden als model hoe je iets moet doen.

Voorwerpen brengen mensen bij ervaringen
Verhalen en teksten van andere kinderen doen dat eveneens.
Het zijn evenzoveel mogelijkheden om een herinneringsstroom op gang te brengen. Het verhaal van de een roept herinneringen bij een ander op. Doordat er zoveel verschillende ervaringen verteld worden, komen er veel verschillende aspecten van een onderwerp naar voren.
Er ontstaat een sfeer van herkenning. Je hebt de verhalen uit de groep nodig om bij je eigen verhalen te komen. Dat is een belangrijke ervaring voor kinderen. Vertellen is ervaringen delen, iets te weten komen over elkaar, belangstelling hebben voor elkaar. Met de vergelijkingen die de kinderen maken verdiepen ze hun eigen ervaring en hechten er belang aan. Als kinderen hun ondervindingen als waardevol ervaren, gebruiken ze die als een positief element in hun taalontwikkeling.


Voorbeelden van lessen:

Over herinnering en kattenkwaad
Als ik, als consulent taalvorming, de klas binnenkom reageren de kinderen met opmerkingen als: "Ben jij er weer, wat gaan we doen?" We praten over hoe lang geleden het is dat ik er voor het laatst was. "Herinneren jullie je dat nog?" Het was "vorige week", "in augustus", "voor de vakantie", denken de kinderen. Ze springen slordig met hun herinnering om. Ze roepen maar iets om de meester tevreden te stellen.
Van koekjes pikken komen we op stoute dingen doen en kattenkwaad uithalen. Uit de verhalen blijkt dat 'kattenkwaad uithalen' een beetje ouderwets begrip is en niet algemeen bekend bij de kinderen. Het verschil tussen lief en stout kennen ze beter. Nu is het thema voor de les vastgesteld.

Nadat de woorden op het bord staan kijken we wat er, met betrekking tot het verhaal, voor of achter het woord moet staan. Die woorden krijgen daarna meteen meer inhoud en betekenis voor de kinderen. Ze worden goed in de context geplaatst en je merkt dat de verhalen weer gaan leven.

Het verschil tussen de 'nuloptie' en een vastgesteld thema
Een open verbinding tussen wat de kinderen inbrengen en het thema van deze les is van waarde. Een van buiten opgelegd thema leidt tot een min of meer technische verhandeling. Ik kies voor betrokkenheid en laat het centrale thema even voor wat het is. In vele gevallen zorgen kinderen er zelf wel voor dat die twee thema's bij elkaar komen. Dat gebeurde toen er verhalen kwamen over dingen die je uithaalt in de supermarkt, bijvoorbeeld winkelen zonder mandje.

Over voorwerpen om bij een herinnering te komen
Een andere les.
Ik vraag de kinderen een ding uit hun zak of la halen en het voorwerp niet aan de anderen laten zien en dan in de kring te gaan zitten.
"Vertel over een handeling die je met het ding in je hand hebt verricht, maar vertel nog niet wat het is".
Tweede ronde: "Vertel wat je met je voorwerp doet en daarbij op welke plek je dat doet. Doe dat in een complete zin".

Over een gedicht om terug te kunnen denken
Het gedicht "Rommel" van Karel Eykman sluit prachtig aan bij het thema van de les die gaat over spullen in je laatje. (...)Wat zijn de rommeltjes die in het gedicht opgespaard worden? Dopjes van colaflesjes, marspapiertjes, kauwgumplaatjes, zeven korte rode draadjes, en ook nog stekkers met daaraan nog snoeren. De voorwerpen worden één voor één besproken, en van betekenis voorzien. De regel uit het gedicht: Stekkers met daaraan nog snoeren wordt het onderwerp waarmee we verder gaan.
Welke dingen ken je waaraan een snoer zit? Ieder noemt een ding: De TV in de kamer; mijn computer; de wasmachine thuis.
Teken vijf dingen waar een snoer aan zit waar je zelf wel eens iets mee gedaan hebt.

Het zomeravondfeest in 't bos
De volle maan boven de bergen
Wie schreef het op, wie hield het vast?
't Is allemaal reeds vervlogen.
*)

Henk van Faassen
Met dank aan groep 4 van basisschool De Avonturijn Amsterdam

*) Fragmenten uit een gedicht van Hermann Hesse, in 'De kunst van het ouder worden'

naar boven

terug naar lesontwerpen