Taalronde
met voorwerpen
Dingen in de kring

Wat
doen voorwerpen in een taalronde?
Ongeveer
alles wat je in een taalronde nodig hebt, denk ik.
Je kunt ze bekijken, betasten, benoemen, beschrijven.
Je kunt vertellen waar je ze wel eens eerder hebt gezien, waar
ze voor dienen of waarvoor je denkt dat ze misschien dienen.
Je kunt ze in categorieën indelen.
Je kunt erover van mening verschillen.
Je kunt vertellen over gebeurtenissen waaraan ze je doen denken,
en zo'n verhaal brengt anderen weer op hun eigen verhalen.
Voorwerpen
roepen taal op
Aan één stuk door voel ik tijdens de taalronde
bij de kinderen de behoefte om iets te zeggen, te vertellen.
Ik probeer het een beetje in banen te leiden, en verder doe
ik als begeleider eigenlijk niets anders dan vragen stellen.
Mijn vragen gaan uit van wat een kind zegt, zijn gebaseerd op
mijn nieuwsgierigheid daarnaar en gericht op verduidelijking.
Wat er voor verhalen komen, weet ik nooit van tevoren.
Er komen er altijd heel veel. Ik help de kinderen tenslotte
er een van te kiezen, om schriftelijk vast te leggen, in een
tekening en in een bijbehorende tekst.
De
werkvormen op een rij
Er
zijn drie manieren om met een verzameling voorwerpen in de kring
te werken.
a) met een thematische collectie
b) met een gevarieerde collectie
c) met voorwerpen uit de zakken en tassen van de kinderen of
uit het lokaal.
Benoemen:
De kinderen zitten in de kring.
De eerste ronde is er om de voorwerpen één voor
één uit een tas tevoorschijn te halen en precies
te benoemen.
Benoemen van het gebruik van een voorwerp:
In een tweede ronde vertellen de kinderen wat ze met een bepaald
voorwerp wel eens gedaan hebben, of erbij geweest zijn dat er
iets mee gedaan werd.
Ordening:
De kinderen leggen steeds twee voorwerpen bij elkaar die wat
betreft vorm, kleur, toepassing en zo meer, bij elkaar passen.
Vertelronde:
Alle voorwerpen liggen op een tafel midden in de kring. Iemand
pakt een voorwerp en vertelt op een associatieve manier.
Vragenronde:
De kinderen stellen vragen aan de verteller om bepaalde details
duidelijker te krijgen.
Lijstje:
Uit de vertelrondes maak je een keuze voor het maken van een
lijstje.
Tweetalgesprek:
Je geeft instructies voor het tweetalgesprek. Het is mogelijk
dat de kinderen in de tweetalgesprekken de voorwerpen aan elkaar
tonen om over details te vertellen.
Schrijfronde:
Je kiest voor een manier van teksten schrijven. Bijvoorbeeld
een tekst die met een handeling begint en pas later de naam
van een voorwerp.
Voorlezen:
Je kiest voor een manier van voorlezen. Bijvoorbeeld de verhalen
die bij een bepaald voorwerp horen achter elkaar.
Herschrijven:
Je kiest voor een bepaalde manier van herschrijven. In ieder
geval is er de noodzaak om de teksten zo precies mogelijk te
krijgen.
Suzanne
van Norden
Deze
tekst maakt deel uit van de serie: Wanneer
gaan we nou werken?
De gehele tekst opvragen: archief
Literatuur:
Dingen in de kring Taalvorming en drama in meertalige middenbouwgroepen.
Een handboek voor het begeleiden van kringgesprekken
Suzanne van Norden 1994, 264 pag. geïll., 2e druk: uitgeverij
SWP Amsterdam, ISBN 90 6665 323 X