lesontwerp
Museumlessen
op de Basisschool
1.
De Essentie
2.
De Doelen
3. Opbouw van de lessen
4.
Wat heb je nodig
5. Welke lessen zijn al gegeven?
De
essentie van museumbezoek
Beter leren kijken is van fundamenteel belang voor wat kinderen
kunnen opsteken in een museum.
De beste manier van museumbezoek gaat, in mijn opvatting, uit
van wat kinderen daarover schrijven en de taaltekeningen die
ze daarbij maken. Ze leren op die manier verbanden te leggen
tussen hun eigen teksten en tekeningen en die van professionele
kunstenaars. (...)
De
essentie van Taalvorming:
Taalvorming ontwikkelt de taalvaardigheid van kinderen met behulp
van middelen en uitingen van de kunsten. Uitgangspunt en doel
zijn de expressieve en creatieve vermogens van kinderen. Daarnaast
is de ontwikkeling van receptieve capaciteiten ten aanzien van
cultuuruitingen van belang.(...)
Hoe
kunnen museumlessen er uitzien?
Als ik er van uitga dat kunst een communicatieve functie in
de samenleving heeft is het niet vreemd om een museumles in
de eerste plaats als een taalles te beschouwen. Het is wel een
bijzondere taal die in museumcollecties gebruikt wordt. Het
is dan ook taalles met een bijzondere structuur en een bijzondere
opbouw.(...)
Taal in een museum
Onze kinderen maken kennis met beeldende kunst in musea en zijn
tegelijkertijd met de vorming van hun taal bezig. Dat vraagt
een bijzondere aandacht voor beide activiteiten.
Het is niet vanzelfsprekend dat als kinderen op excursie naar
een museum geweest zijn en daarover een verslag schrijven ze
ook aan taalvorming gewerkt hebben.(...)
naar
boven
De
Doelen van Taalvorming in een Museum
De
dialoog tussen beeld en taal
Doel: een affectieve ontwikkeling
bij kinderen gericht op herkennen en gebruiken van beeldende
taal.
Een tekening is een tekening en een tekst is een tekst. Het
ene is beeldende kunst, het ander letterkunst. Dat die twee
meer met elkaar te maken hebben dan dat er in beide gevallen
een potlood voor gebruikt is zullen de kinderen ontdekken. (...)
Begrip voor kunst
Doel: herkennen en waarderen
van kunstzinnige producten.
Voornamelijk je eigen beleving bij het zien van kunst is van
belang.(...)
Begrip
voor taalgebruik
Doel: de kinderen leren
dat taal op verschillende manieren ontstaat en gebruikt wordt.
Het taalgebruik van dichters bijvoorbeeld is anders is dan je
gewend bent.(...)
Beeldende elementen
Doel: het herkennen
en gebruiken van beeldende elementen.
Vaak hoor ik leerkrachten en mijzelf zeggen: "Maak er maar
een tekening bij" De kinderen gaan dan ijverig aan de slag.
Het kan geen kwaad als ze daarbij in die tekening bewust gebruik
maken van beeldende elementen zoals kleur, vorm, lijn, textuur,
arcering en zo meer.
Woordenschatontwikkeling
Doel: uitbreiding van de
woordenschat.
De kinderen verzamelen woorden die bijvoorbeeld beginnen en
eindigen met 'kunst'. Kunstnier, kunstdier, kunstvos, kunstwerk,
kunstgras, kunstspons, kunstvoorwerp, kunstpop, kunstfietsen.
Danskunst, toverkunst, klimkunst, filmkunst, knoopkunst. In
andere musea worden weer andere woorden verzameld. (...)
Begrippen
Doel: inzicht ontwikkelen
in de verschillende kunstdisciplines.
Voor museumlessen zijn begrippen als Schilderkunst, danskunst,
toneelkunst, beeldende kunst, bouwkunst, schrijfkunst en letterkunst
een handige kennis voor kinderen. (...)
Verwoorden
Doel: in woorden voor anderen
weergeven wat je ziet.
In plaats van de kunstkaarten aan elkaar te tonen vraag ik de
kinderen met woorden over hun keuze te vertellen en een reden
te geven waarom de twee kaarten een relatie met elkaar vertonen.
Ze leren complete zinnen te gebruiken. Het gaat niet om een
'beschrijving' maar om een 'beschouwing' (...)
Inspiratie opdoen
Doel: kinderen naar plekken
brengen waar ze andere ervaringen opdoen dan thuis, op straat
en op school.(...)
Vragen stellen
Doel: uitwisselen van kennis
en ervaringen.(...)
Een beeld selecteren
Doel: dieper ingaan op een
afbeelding door er een stukje uit te nemen.
Naar details te kijken bevordert belangstelling voor het geheel.
De kinderen gebruiken een uitgesneden kadertje, een raampje,
waarmee ze een stukje van de afbeelding kunnen selecteren. (...)
Tekst selecteren
Doel: waardering ontwikkelen
voor de woordkeus van anderen.
Sommige woorden van dichters en schrijvers begrijp je misschien
niet meteen, kijk maar naar de zinnen die je mooi vindt. Als
de kinderen zelf de tekst aanvullen verhogen ze daarmee het
begrip en de waardering voor het gedicht.(...)
Teksten bespreken en herschrijven
Doel: in een groepsproces
aandacht geven aan inhoud en spelling van een tekst.
De teksten worden besproken met de hele groep. Sprekersblokjes
geven aan welk kind er voor zorgt dat de voorstellen kenbaar
gemaakt worden. Het is een talige vaardigheid die veel inspanning
van de kinderen vraagt.(...)
Teksten vergelijken
Doel: inzicht in de verschillende
manieren waarop schrijvers schrijven.(...)
Taalbeschouwing
Doel: inzicht ontwikkelen
voor de betekenis van woorden (...)
Voorlezen
Doel: presentatie van eigen teksten
De gemaakte teksten worden voorgelezen op de voorleesstoel.
Ik moet veel aandacht besteden aan de presentatie en de verstaanbaarheid,
want de teksten die de kinderen geschreven hebben zijn op zichzelf
mooi en moeilijk tegelijk. (...)
Introductie van de kunstenaars op de
tentoonstelling
Doel: De kinderen een eerste
overzicht te geven van museumcollectie
Een tentoonstelling is vaak per kunstenaar ingericht. (...)
Sociale
vaardigheden
Doel: ontwikkelen van het
vermogen van kinderen om samen te werken.
Kijken naar kunst, lezen van gedichten, teksten zelf schrijven
en die voorlezen en bespreken, het zijn allemaal activiteiten
die een vermogen om te communiceren vereisen.
Er zijn een aantal basisvaardigheden nodig.
Acceptatievermogen:
Het vermogen om je in te leven in het werk van anderen en dat
te accepteren ook al wijkt het vooralsnog sterk af van de waarden
en normen zoals die in de groep heersen.(...)
Vertrouwen:
Onzekerheid van de kinderen omtrent wat van ze geëist wordt
ligt vaak aan de basis van storend gedrag.(...)
Efficiëntie:
Veel tijd gaat verloren bij het uitvoeren van onbenullige handelingen:
een schrift dicht slaan en opbergen kost de groep soms tien
minuten. (...)
Sociale opstelling:
De groep is vaak onrustig. Er zijn veel onderlinge conflicten.
Er wordt door sommige kinderen overdreven op elkaar gelet en
luidruchtig over elkaar geklaagd.
naar
boven
Opbouw van de Museumlessen
De
voorbereiding
Het is noodzakelijk om het museum en de tentoonstelling die
op dat moment ingericht is van tevoren zelf te verkennen. Je
doet ideeën op en je weet welke zalen het meest geschikt
zijn voor je lessen. (...)
De
omvang
De museumlessen worden in drie delen gegeven. Ze beslaan per
les in principe een dagdeel per week. De eerste les is de introductie
die in de klas gegeven wordt. De tweede les is het museumbezoek
en de derde is een afronding op school. Daarna volgt de presentatie
in de vorm van een tentoonstelling met uitleg aan de andere
groepen.
Les
1
stap 1 Begrippen verzamelen
(op school)
De kinderen verzamelen woorden die met het onderwerp van de
museumlessen te maken hebben. (...)
Stap 2 Kaartspel
Een ruime collectie ansichtkaarten. De kaarten kennen twee categorieën,
onderwerpen die direct met het te bezoeken museum te maken hebben,
schilderijen, beeldhouwwerken en voorwerpen die de kinderen
daar kunnen aantreffen. De tweede categorie zijn kaarten met
algemene onderwerpen zoals dieren, landschappen, voertuigen,
gebruiksvoorwerpen, mensen die ergens mee bezig zijn et cetera.
Spelregels
De kinderen zitten in de kring. Ieder kind krijgt een kartonnen
onderleggertje als tafeltje met daarop drie ansichtkaarten.
Iedere keer als je "doorgeven" zegt geven de kinderen
één van de drie kaarten aan de linker buur. (...)
De opdracht is dat de twee kaarten een associatieve relatie
met elkaar hebben.(...)
Verwoorden
In plaats van de kaarten aan elkaar te tonen vraag je de kinderen
over hun keuze te vertellen. Ze moeten daarbij complete zinnen
gebruiken.(...)
Vragen stellen
De kinderen stellen elkaar vragen naar aanleiding van de verhalen.(...)
Stap 3 Schrijven vanuit het midden
Vraag de kinderen één regel uit het vertelde verhaal
te kiezen en dat in het midden van een bladzijde van hun taalschrift
te schrijven. Vervolgens schrijven ze er een tweetal regels
boven en een viertal er onder. Het moet wel een aansluitend
geheel worden. (...)
Voorlezen
De kinderen lezen bij toerbeurt hun tekst voor. (...).
Stap 4 Beelden selecteren
Deel een aantal grote, uit tijdschriften geknipte, kleurenfoto's
uit. Het zijn gevarieerde onderwerpen die niet specifiek met
kunst, of het onderwerp van de tentoonstelling, te maken hebben.
Daarbij krijgen de kinderen een A4tje waar in het midden een
venstertje van ongeveer 5 x 5 cm. uitgesneden is. Met behulp
van dat 'raampje' kiezen de kinderen een stukje uit de foto.
Het geselecteerde detail tekenen ze drie keer zo groot op een
A4tje waarop een kader van 14 x 14 cm afgedrukt is.
Drie beeldende technieken
Geef de kinderen drie mogelijkheden om hun tekening op te bouwen:
vlak, lijn en arcering. (...) Zinnen selecteren
Stap
5 een regel uit een
gedicht
Deel een aantal gedichtenbundels uit.
Vraag de kinderen één regel uit een van de gedichten
te kiezen. (...)
Stap 6 Tekst en beeld bij elkaar
De vorige twee stappen dienden als voorbereiding op deze stap.
De kinderen nemen een tekst uit hun schrift. Dat kan zijn een
tekst die in stap 3 of in stap 5 geschreven is. Ze zoeken uit
de fotocollectie en behulp van het 'raampje' een detail dat
aansluit bij die tekst. (...)
Beeld en tekst bij elkaar
De kinderen nemen de tekening die ze in stap 5 gemaakt hebben
voor zich. In de dichtbundels zoeken ze een regel die aansluit
op de tekening. (...)
Stap 7 Voorlezen en laten zien
De kinderen lezen hun teksten voor en tonen hun tekeningen.
(...)
Stap 8 Teksten verbeteren als ze klaar
zijn
De teksten worden besproken met behulp van 'sprekersblokjes'.
(...)
Ieder tafelgroepje beschouwt de tekst op de volgende drie criteria:
a) is de tekst duidelijk
of moeten we er iets over vragen aan de schrijver.
b) zijn er zinnen waarbij
de woorden beter in een andere volgorde kunnen?
c) zijn er woorden die je
anders kunt schrijven? (...)
De schrijver van de tekst bepaalt zelf welke veranderingen hij
overneemt en welke niet.(...)
Stap
9 Alles in het net
De teksten worden met behulp van een gelinieerd vel, dat onder
het blanco vel gelegd wordt, en een zwarte 'fineliner' in het
net geschreven. Dat kan meteen onder de bijbehorende tekening.
(...)
Les 2
stap 1
Algemene introductie (in
het museum)
De kinderen krijgen uitleg in welk gebouw ze zijn, wat voor
een museum het is, waar de speciale tentoonstelling over gaat.
Hoe de gedragsregels in het museum zijn.
De kinderen ontvangen het materiaal dat ze in het museum nodig
hebben.
Stap
2 Inleiding tot het onderwerp.
Aan de hand van de eerste kunstwerken in de eerste zaal is het
mogelijk in globale zin iets over de tentoonstelling te vertellen.
(...)
Stap
3 Details verzamelen
De kinderen krijgen ieder één kaart uit het 'kunstkaartspel'
(zie les 1 stap 2) In dit geval zijn het kaarten waarvan je
kunt verwachten dat de kinderen een associatie met een kunstwerk
in het museum kunnen maken.(...) De opdracht is om een kunstwerk
te zoeken dat past bij de kaart die je krijgt.
Op de manier waarop de kinderen in de eerste les (zie: les 1
stap 4) geleerd hebben om naar details te kijken, doen ze dat
nu met de schilderijen en voorwerpen in het museum.(...)De kinderen
tekenen het detail met twee viltstiften van een willekeurige
kleur.
Teksten verzamelen
In de eerste les (zie les 1 stap 5) verzamelen kinderen zinnen
uit gedichtenbundels. De teksten in het museum zijn meestal
technische beschrijvingen van het geëxposeerde werk. In
sommige gevallen zijn er ook teksten van andere aard te vinden.
(...)
De kinderen schrijven zinnen die ze in het museum aantreffen
op.
Stap 4 Uitwisselen
Zoek een rustig plekje in het museum waar de kinderen elkaar
kunnen vertellen wat ze gezien hebben. (...)
Stap
5 Op eigen gelegenheid de tentoonstelling bekijken
Nadat de kinderen even tot rust gekomen zijn en er uitgewisseld
is kunnen ze op eigen gelegenheid de tentoonstelling nog een
keer bekijken. (...)
Les
3
stap
1
Rubriceren (weer op school)
We zitten in de kring en ik lees steeds een regel van een tekst
die ze in het museum gevonden hebben.
Als alle kinderen hun tekst hebben gaan we ze rubriceren met
behulp van steekwoorden.
Filosofische definities
Als er genoeg gerubriceerd is gaan we dieper op de begrippen
in. De verschillen en de overeenkomsten tussen bepaalde observaties
uit het museum. De kinderen geven hun eigen gevoelsmatige definities
van de dingen die ze gezien hebben.(...)
Stap 2 Technisch en persoonlijk schrijven:
(...) Ik vraag de kinderen technische dingen in regel drie te
plaatsen. Daarboven zullen de kinderen een 'aanloopje' naar
die technische verhandeling schrijven, maar daarna moet er ook
een persoonlijke belevenis op volgen, of andersom natuurlijk.
(zie les 1, stap 3)(...)
Stap
3 Van taaltekening naar illustratie
In het museum hebben de kinderen zogenoemde taaltekeningen gemaakt.
Het zijn visuele aantekeningen. Met behulp van de tijdschriftfoto's
(zie les 1, stap 4) worden details aan de taaltekeningen toegevoegd.
(...)
Laatste stap:
Een
tentoonstelling en een portfolio
De tekeningen en de teksten worden zorgvuldig op prikborden
in een speciaal daarvoor ingericht 'schoolmuseum' opgehangen.
Na verloop van tijd wordt het werk in een showmap bijeengebracht.
Zo'n map bevat tevens de foto's van het museumbezoek, de toelichting
van de leerkracht en dergelijke. (...)
Aan het eind van het schooljaar, of eerder, komt het werk van
de kinderen in hun individuele portfolio met alle werkstukken
van het jaar.
naar boven
Wat
heb je bij Museumlessen nodig?
Voorbereiding
en benodigde materialen
Gegevens
over de te bezoeken tentoonstelling. Deze kunnen meestal
van de website van het desbetreffende museum gehaald worden.
Een collectie
ansichtkaarten uit
het museum: reproducties van schilderijen, beeldhouwwerken
en kunstvoorwerpen.
Een verzameling
ansichtkaarten uit
eigen bezit met verschillende onderwerpen: stadsgezichten,
landschappen, voorwerpen, voertuigen, architectuur, mensen en
hun bezigheden, mensen in uitheemse kledij, bloemen, dieren,
sport, huishoudelijke onderwerpen, et cetera
Een verzameling kleurenfoto's geknipt
uit tijdschriften. De foto's moeten minimaal 10 x
15 cm. zijn en mogen geen tekst bevatten.
Een
aantal gedichtenbundels, minimaal één
per tafelgroepje, liever meer exemplaren. Het is ook mogelijk
een collectie gedichten te kopiëren. In dat geval moet
een tafelgroepje van 5 kinderen minstens tien gedichten hebben
om uit te kiezen.
Kartonnen
schrijfonderleggers A4
Stevig, gekleurd, papier A4 met een daaruit gesneden venster
van 5 x 5 cm.
Werkbladen A4 met kader van 14 x 14 cm.
Linieerbladen A4
Schriften
Potloden of balpennen
Fine liners
Gekleurde viltstiften
Vet krijt (of een ander beeldend materiaal naar keuze)
Pritt stiften
Getint papier om op te kopiëren (bijvoorbeeld beige of
lichtgrijs)
Sprekersblokjes
Ringband met insteekmappen
Prikborden of een vrijgemaakte wand in de hal.
© Henk van Faassen
Dit is een verkorte versie van het lesontwerp.
U kunt de complete bundel opvragen: archief
taalvorming
Welke
Museumlessen zijn al gegeven?
Bert
en het Beeld (AR58)
Een beschrijving van museumlessen die gegeven zijn in het Cobra
museum tijdens de tentoonstelling over Bert Schierbeek en de
schilders van Cobra.
Kinderen van groep acht op zoek naar
het Licht (AR57)
Taalvorming in het van Gogh museum. Een combinatie van wetenschap,
kunst en de beeldende experimenten van oude meesters.
Het Levende Dieren Museum
(AR35)
Kinderen gaan regelmatig naar Artis: "Apies kijken",
dat is een uitstapje. Deze keer gaan groep 3 en 4 omdat de thematische
Kinderboekenweek afgesloten moet worden met iets speciaals.
Kinderen
op zoek naar hun kinderboek (AL34)
Het Kinderboekenmuseum en het Letterkundig Museum in Den Haag.