lesontwerp
Taal
is muziek en geluid is ook taal

De
kinderen van groep zeven en acht hebben niet veel ervaring met
het maken van muziek en zeker niet het 'componeren' ervan.
We moeten eerst eens uitzoeken wat muziek eigenlijk is
Muziek is geluid, weten de kinderen.
Maar is alle geluid ook muziek? Nou nee, het geluid van het
verkeer, de tram die over opgebroken rails rijdt is geen muziek.
Bij muziek is er wat met dat geluid gedaan.
Het is in de maat gebracht zegt een van de kinderen en zo is
het ook.
We zetten even op een rijtje hoe geluid
eigenlijk ontstaat en waar je geluid mee kunt maken
"Met je stem" is het eerste dat opkomt. Maar wat van
je stem? "Achter in je keel of zo" Oké daar
zitten je stembanden, maar wat nu?
Stapje voor stapje komen we erop dat er voor geluiden trillende
lucht nodig is en dat je die trillingen op verschillende manieren
kunt maken. Door hard ergens op te rammen, door op een fluit
te blazen of door een snaar aan te slaan of te strijken.
Je kunt ook lucht door de gaatjes van een accordeonnetje pompen.
Iemand heeft een speelgoed trekharmonica meegenomen en we kunnen
het beluisteren.
Er is ook een speelgoed gitaartje en een snaarinstrument uit
Turkije.
Natuurlijk veel trommeltjes, maar ook een xylofoon met houten
klankstaafjes en een met metalen.
Een triangel en een aantal fluiten.
Een stofzuiger en tamboerijnen.
Daarmee moet het lukken een muziekstuk te maken.
We laten alle instrumenten klinken, één voor één
en allemaal tegelijk, wat een behoorlijke herrie oplevert.
Sommige kinderen kunnen er niet mee ophouden en gaan eindeloos
door met het testen van hun instrument.
Maar eerst moet er wat anders gebeuren
We kiezen bij ieder instrument een vormstempel en drukken dat
binnen een kadertje op papier.
Daaronder schrijven we hoe we denken dat de naam van het instrument
is.
Zo nu weten we iets meer.
Partituur
Een lange strook papier op het schoolbord stelt het muziek papier
voor.
We gaan een compositie maken die heel rustig begint met vier
tikken op een bamboeding samen met een triangel.
Dan komen de fluiten die gaan van laag naar hoog en weer terug
en vervolgens is het tijd voor wat herrie van trommels.
Ieder kind met het instrument dat aan de beurt is stempelt zijn
vormstempel op de strook.
Precies het aantal tikken of tonen stempelen lukt niet zo erg
omdat sommige kinderen het leuk vinden hun stempel veel en vaak
af te drukken, maar nu ja, zo precies kijken we niet.
Nadat de stofzuiger geweest is moet het even stil zijn en daarna
komt de afsluiting die eindigt met een forse klap op de pannendeksel.
Dan komt de uitvoering
Eerst een keer in een rustig tempo en daarna willen de kinderen
het wel wat sneller.
Het tempo wordt aangegeven met de aanwijsstok zodat iedereen
weet waar we zo ongeveer zitten en wanneer je aan de beurt bent
om een geluid te maken.
De stofzuiger is niet gemakkelijk om te bespelen. Met je voet
aan en uit schakelen en dan met je hand de slang open of dicht
doen.
Het
slaan op de trommen moet eigenlijk ook beheerst gebeuren.
We moeten nog uitzoeken hoe een "Kazoo" bespeeld moet
worden
Met uiterste inspanning lukt het om die paar maten stilte te
laten klinken waarna we lekker naar die klap op het eind gaan.
Muziek is discipline
Daar hadden we het nog niet over gehad, maar het blijkt
wel nodig tijdens de uitvoering.
Muzikale discipline moet je leren.
Het is erg moeilijk om van je instrument af te blijven als je
niet aan de beurt bent.
Maar uiteindelijk is het een mooie uitvoering.
Het is pauze
Drie kinderen uit groep vier komen hun vers gedrukte boek presenteren.
(...)
Ik vraag de grote kinderen of ze op een paar instrumenten muziek
willen maken bij deze teksten.
Die lenen zich uitstekend daarvoor. De geluiden van de zee en
het proesten. Het spel van de kinderen in de Moskee en de hoogtevrees
van Daniël.
We klappen allemaal als het uit is.
We gaan nog een compositie maken, maar
nu met tekst erbij
We schrijven op een lijstje de plekken die we kennen waar geluiden
te horen zijn zoals op Schiphol, op het voetbalveld, in het
zwembad, in de douche, in het pretpark, in het bos.
Daarnaast komt een lijstje van geluiden die daar zijn te horen.
Dat is wat moeilijker want hoe omschrijf je het geluid van een
747 of van je broertje die een koprol op de glijbaan in het
zwembad maakt?
We schrijven woorden als geborrel,
gepiep, geknars, geraas, een harde klap
of woorden die er een beetje op lijken.
Dan vertellen we elkaar in een tweetalgesprek hoe het was op
die plek en wat er gebeurde dat die geluiden maakte.
Daarna schrijven we de teksten op, maar er mogen geen 'geluidwoorden'
bij geschreven worden.
De geluiden bewaren we voor de partituur.
De teksten worden voorgelezen en een paar teksten komen boven
een nieuwe strook op het bord te hangen.
Daarop stempelen we de geluiden die bij de tekst horen.
We hebben even gekeken waar de teksten moesten komen. (...)
De teksten zullen op de tekstverwerker uitgeprint worden zodat
we ze tijdens een uitvoering beter kunnen lezen. Voordat we
voor publiek zullen optreden moet er nog wel wat gerepeteerd
worden.
©
Henk van Faassen
Dit is een verkorte versie van het lesontwerp.
U kunt het complete artikel opvragen: archief
taalvorming