lesontwerp
voor groep 8
Voorwerpen
en gedichten

"Een
bierviltje is een ding dat tussen de tafel en het glas zit"
Kwaliteit
van de taal zit in kleine dingen
Dat een glas meestal op een bierviltje staat is een alledaagse
vaststelling.
Dat het tussen de tafel en het glas zit zou je bijna een literaire
waarneming kunnen noemen.
Toch ontstaat zoiets heel gewoon als de kinderen bezig zijn
met het benoemen van voorwerpen die één voor één
op tafel komen.
Niet alleen benoemen: "dit is een bierviltje",
maar een zin bedenken die meer zegt.
Het begint dan een beetje moeizaam: "in het café,
weet je wel, je zet een glas, nou ja, er staat een glas op".
Totdat het er ineens is: "Een bierviltje is een ding dat
tussen de tafel en het glas zit"(...)
Het
bord staat nog vol woorden
Gisteren ging een les over: erop, eronder, ernaast, erin,
erboven, ineens, onderdoor, allemaal samenvoegsels.
We schrijven vandaag de namen van de voorwerpen erbij: Bierviltje
bij 'erop' en bierviltje bij 'ertussen', dat kan dus allebei
.
Zo merken de kinderen dat de taalles van de ene dag te maken
heeft met de les taalvorming een dag later.
Twee voorwerpen naast elkaar leggen
is associëren met dingen
Bij het bierviltje denk je aan de kurkentrekker en de kroonkurk.
De kroonkurk wordt een tijdje hardnekkig bierdop genoemd, maar
er zijn toch ook flesjes fris met zo'n dop? Kurken trek je uit
de fles met een kurkentrekker en voor een kroonkurk gebruik
je een opener.(...)
Dan
vraag ik de kinderen op speurtocht te gaan, in de klas en op
de gang, naar meer voorwerpen die horen bij de dingen die al
op tafel liggen. (...)
De
volgende stap is het zoeken van gedichten bij de dingen
De spreker (de woordvoerder van een tafelgroepje) is
de baas, die regelt de zoektocht. De procedure is al bekend,
de meeste gedichtenbundels ook.(...)
ik
ademde langzaam
en de wekker ging langzaam af
De
vorm van het gedicht, de herhaling van het woord 'langzaam'
nodigt natuurlijk uit om zelf ook een tekst te schrijven met
vaak dat woord erin.
Van
een ander gedicht nemen we ook een gedeelte over. Ik vraag de
kinderen na te denken over dingen die ze vaak doen. Een handeling
eruit kiezen en we gaan schrijven:
telkens
als ik .................................... (wat doe je telkens?)
en
............................................. (waar doe je dat?)
is er......................................
en als ik dan........................
............................................ (laatste zinnen
als afsluiting)
De teksten gaan niet uitsluitend over het eigen handelen.
Het meest opmerkelijke gedicht gaat over de jongens die telkens
hetzelfde computerspelletje razendsnel kunnen doen.
Zo kan een gedicht ook commentaar geven.
Er
is nog een gedicht gevonden, dat hoort bij een vogeltje.(...)
Nu wij!
1. een naam van een dier dat je kent.
2. het dier met een bezittelijk voornaamwoord: "onze poes"
3. wat doet het dier?
4. waar is het meestal?
En zo verder en zo voort, maar per regel mogen niet meer dan
drie woorden, minder wel.
We
schrijven niet alleen gedichten, maar we kennen ze
ook uit ons hoofd.(...)
Vandaag vergroten we de gedichten eveneens en hangen die met
magneten aan het bord. Wie weet is er iemand die zin heeft om
er eentje van buiten te leren.
Gedichten schrijven is net zo leuk
als sneeuwballen gooien
Het
plezier waarmee de kinderen vandaag gewerkt hebben is aanstekelijk
en bemoedigend.
Aan het begin van de les dwarrelde de sneeuwvlokken naar beneden
en de kinderen wilden niets liever dan naar buiten, sneeuwballen
gooien. Wonder oh wonder, na een eerste vertelronde en het voorlezen
van de eerste gedichten wilde niemand meer! De taalles is net
zo leuk geworden als sneeuwpoppen maken.(...)
Taalvorming en taalleren wisselen elkaar functioneel af.
De kinderen ontwikkelen inzicht in alle mogelijke verschijningsvormen
van taal en leren al die moeilijke woorden en lastige taalregels
spelenderwijs.
Maar dat wisten we allang.
©
Henk van Faassen
Dit is een verkorte versie van het lesontwerp.
Het complete artikel opvragen: archief
taalvorming