lesontwerp
Een
doorgeeftekening

Een
doorgeeftekening is een tekening die door een aantal kinderen
gemaakt is
Iedereen begint aan een tekening, maar al na vrij korte tijd
wordt er geroepen: 'Doorgeven!' en dan geeft iedereen de tekening
naar rechts door. De ander tekent meteen verder aan de gekregen
tekening. Zo gaat het papier de hele kring rond. De tekening
is klaar als hij bij het vertrekpunt terug is
De
doorgeeftekening en de taaltekening zijn goede voorbeelden van
ontmythologisering van de tekenvaardigheid
Deze manier van tekenen werkt als een gesprek. Gaandeweg een
gesprek bouwen de kinderen een gedachtegang op en formuleren
hun ideeën zonder dat er sprake is van een concept vooraf.
Bij een doorgeeftekening voegen de kinderen, naar vermogen,
iets aan de tekening toe.
Het bijzondere bij deze techniek is dat ieder kind simultaan
aan ieders tekening verder werkt.
Na afloop zijn er evenveel tekeningen als er leerlingen zijn,
waarbij het niet meer uitmaakt welke lijn door wie gezet werd.
Het komt per definitie voor dat er onenigheid over de visuele
gesprekstof ontstaat, men is het niet eens met een bepaalde
uitwerking, net zoals dat gebeurt bij een auditief gesprek.
De taaltekeningen zijn van individuele aard, maar bij de aanbieding
ervan wordt duidelijk dat het hier niet gaat om een kunstprestatie
gaat.
Wat maakt deze werkvorm zo waardevol?
Alle tekeningen zijn van iedereen.
Alle kinderen hebben er een steentje aan bijgedragen, de goeden
en de slechten door elkaar heen. Iedereen krijgt het gevoel
dat het lukt.
In plaats van een leeg papier waar je naar kan blijven staren,
krijg je een gedeeltelijk voltooide tekening om iets mee te
doen.
Ik
kan niet tekenen
Nog sterker dan bij praten
of schrijven voelen kinderen zich beoordeeld op de tekeningen
die ze maken. Ze verontschuldigen zich bij voorbaat: 'ik
kan niet tekenen, meester doe het eens voor'
Vrijwel nooit hoor ik van een kind: 'Ik kan niet praten'
of 'Ik kan niet schrijven'.
Ik kom betrekkelijk vaak tegen dat ze tekenen zien als kunst;
je hebt er wel of geen talent voor.
Dat tekeningen ook iets laten zien, dus iets vertellen, wordt
steeds minder normaal gevonden, vooral naarmate de kinderen
ouder worden. Op die manier zal een groot gebied van de communicatie
wegvallen.
Bij de doorgeeftekening is tekenen
een taalwerkvorm
In plaats van woorden of zinnen door te geven om op nieuwe gedachten
te komen, geven we beelden door.
Door zo te werken willen we ze zelfvertrouwen teruggeven en
het tekenen weer net zo'n vanzelfsprekende plaats geven als
het in de kleuterklas had.
Spelregels
Bij het doorgeven van de tekening wordt geen overleg gevoerd.
Je tekent verder op wat je denkt dat er staat en gaat er niet
over kletsen.
Geef, als leerkracht, de eerste paar keer zelf aan wanneer er
doorgegeven moet worden, zodat duidelijk wordt hoeveel tijd
er ongeveer tussen zit.
Het doorgeven geeft de minste problemen als de kinderen in een
grote kring zitten.
Als ze op hun eigen plaats zitten in kleine groepjes, spreek
dan af wie naar een volgend groepje toeloopt om de tekening
door te geven.
Het doorgeef tempo mag niet afzakken. Door de snelheid erin
te houden dwing je de kinderen associatief te werken en gaan
ze niet 'denken' of alleen maar mooi illustreren.
Het is heel spannend om halverwege het doorsturen kleurpotloden
uit te delen.
Ieder kind mag er dan één pakken. Daarna kiezen
ze steeds tussen kleur aanbrengen of gewoon tekenen.
In kleine groepjes van ongeveer vier kinderen laat je de tekening
steeds rondgaan. Ze zien hem dan groeien en krijgen steeds opnieuw
een kans de tekening te beïnvloeden.
Rondsturen van kleine stukjes papier.
Op kleine stukjes papier laat je onderdelen en details tekenen
van het uiteindelijke beeld.
Deze vorm is te vergelijken met een woordveld maken.
Je laat allemaal onderdelen of aspecten van iets verzamelen.
Door het kleine formaat zijn uitgebreide tekeningen onmogelijk.
Het doorsturen brengt anderen weer op ideeën.
Als er genoeg verzameld is, leg je alles uit op een tafel in
het midden.
Op een groter vel mag ieder kind nu een tekening samenstellen
met behulp van die onderdelen.
Dat kan door ze letterlijk over te tekenen of door ze te gebruiken
als inspiratiebron.
Ze kunnen de papiertjes meenemen naar hun eigen plek en weer
terugleggen als ze ze gebruikt hebben zodat anderen ze ook kunnen
gebruiken.
Doorgeeftekening
met stempels en sjablonen
Eerste handeling: plaats een vormstempelafdruk binnen het kader.
Op het 'bevel' doorgeven gaat de afdruk naar links.
2: teken een voorwerp naast, boven of onder stempelafdruk; doorgeven.
3. teken een voorwerp dat bij het eerste voorwerp hoort;
4 teken iets plantaardigs; iets dierlijks; iets menselijks en
geef steeds door;
5. teken achtergrond en zo verder en zo voort.
©
Henk van Faassen
Dit is een verkorte versie van het lesontwerp.
U kunt het complete artikel opvragen: archief
taalvorming