startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur

taalwerkvormen


bekijk
foto's, werk

 


lesontwerp voor groep 4
Rups viert zijn jas

illustratie: Mance Post

Op een dag gaf rups een feest
Maar er was slechts plaats voor één gast tussen de distels.
Eekhoorn kwam en had een pot beukenbladmoes gemaakt.
"wat vier je eigenlijk?" vroeg de eekhoorn.
"ik vier mijn jas" zei de rups.
Wat een feest dacht eekhoorn, niemand zong en er was niets te eten of te drinken.
Maar hij kon er wel over aan mier vertellen.

Voorlezen en vragen stellen
Ik lees voor uit 'Misschien wisten zij alles' van Toon Tellegen en ik vraag aan de kinderen: "Is er iets dat ik beslist moet weten?"
Nou dat is er wel: "We hebben gisteren allemaal een vulpen gekregen" Ze hebben allemaal een verschillende kleur, maar ze schrijven allemaal blauw.
De kinderen zijn er vol van en laten me de eerste tekst lezen die ze met die 'echte' vulpen geschreven hebben.
Ik heb een gelukkig gevoel, dit moet wel een klas vol met schrijvertjes zijn.

Tweetalgesprek
Ik vraag de kinderen om twee aan twee te gaan zitten, als dieren die bij elkaar passen: de haan bij de kip, dat is gemakkelijk. Ze zitten allebei op de boerderij. De Wurgslang en de Chimpansee hangen beiden wel eens aan een tak. Zo vertellen de kinderen over de dieren en geven een reden aan waarom ze bij elkaar zijn gaan zitten.

Zoals in een fabel
De kinderen vinden een feest waar maar één gast is niet zo vreemd, maar dat je je jas gaat vieren…. "Dingen kun je niet vieren" vinden ze, verjaardagen en kerst en zo wel.
Maar dan vertelt een van de kinderen dat ze haar zwemdiploma gevierd had.
Een ander zegt: "je kunt toch vieren als je je mooie jurk een jaar hebt?"
Het feest van rups wordt geaccepteerd.

Toevallig is de groep met sprookjes bezig
Wat daarin allemaal gebeurt is overbekend.
Het begint allemaal met "er was eens…" en eindigt bij "Ze leefden nog lang en gelukkig"
En daar tussen in worden draken verslagen en heksen in het vuur gegooid.
De prinsen kussen de prinsessen of andersom.

Maar dat feest met de blauwe jas van Rups is een fabel.
De normen en waarden zijn goed herkenbaar: hoe moeilijk Eekhoorn het had toen hij daar tussen de distels stond, maar hij vertelt Mier later toch enthousiast hoe moeilijk het is om je jas te vieren, of je oren en hoe gezellig hij het op het feest van Rups gehad had.
Maar Rups was al lang in slaap gevallen en Eekhoorn hoorde hem zachtjes snurken.

Bijzondere woorden
Ik lees het verhaal nog een keer voor en vraag de kinderen om uit iedere regel een bijzonder woord op het bord te schrijven. Distels, beukenbladmoes, leuk, probeerde, verroerde, gezellig.
Soms moeten de kinderen wel drie keer van het bord naar het boek terug lopen om te kijken hoe je het woord schrijft.
Het is bijzonder dat je bij spellen heen en weer moet rennen, dat er een fysieke inspanning van de kinderen gevraagd wordt. Meestal is spellen denkwerk.

Nu zelf schrijven
Eerst een lijstje van dingen waarvan je weet hoe lang je ze al hebt.
Dan een tweetal gesprek en daarna schrijven.
Ik vraag iedereen te beginnen met: "Ik vier mijn ……." en daarna pas het hele verhaal zoals je het in het tweetal vertelde.
Als de verhalen klaar zijn worden ze voorgelezen. De varianten "Ik fier mein ….." worden besproken. De doewoorden ook.

Herschrijven
En nu komt het, schrijf het verhaaltje nog een keer maar op de plaats waar je 'ik' schreef, komt nu de naam van het dier dat je bent. Daarvoor moet er ook wat aan die doewoorden en zelfstandige naamwoorden veranderen. Ik vraag aan juf Franca of dit niet veel te moeilijk is voor groep vier, maar we vinden dat het moet kunnen. "De Kangaroe vierde haar jurk die ze voor het kerstdiner gekregen had"
Voor we aan die veranderingen beginnen vraag ik de kinderen met een kleurtje in hun tekst de woorden te onderstrepen die anders gemaakt moeten worden.
We oefenen een paar zinnen op het bord. "Meester Henk schrijft een heel andere hoofdletter D dan wij, maar die van hem is ook wel mooi" De kinderen zijn zojuist begonnen met de hoofdletters te leren.
Dat moet ook wel want op het toetsenbord van de computers staan alleen hoofdletters. Dat is best moeilijk bij de b en de d, vindt Christien als ze haar verhaal van vandaag typt.
Als ze de geprinte tekst bekijkt is ze er bijna even trots op als op haar vulpen tekst.

Nabespreking
Aan het eind van de les vraag ik wat de kinderen moeilijk en raar vonden. "Ik vond het raar dat we eerst niet naar buiten mochten omdat het regende en later mocht het wel", " Ik vond het moeilijk om het verhaal over te schrijven als dier, ik vergiste me steeds en schreef toch 'ik'"

Henk van Faassen

naar boven

terug naar lesontwerpen