lesontwerp
Met de eerste letters een eigen woord maken

In
groep 2 en 3 van de basisschool beginnen krabbels de vormen
van letters aan te nemen
De werkelijke bron van 'ontluikende geletterdheid' in de beste
zin van het woord.
Op het moment dat de kinderen na de grote vakantie groep 3
binnenstappen begint het ernst te worden met leren lezen en
schrijven. (...)
Een eigen woord bij een eigen ervaring
Kinderen leren het best omgaan met hun taal als ze eigen woorden
voor hun eigen verhalen gebruiken. Woorden die op dat moment
voor hen van belang zijn, naast of in plaats van de woorden
die methodisch geleerd moeten worden. Op een leuke en zinvolle
manier leren omgaan met de letters voor je eigen woorden en
dat vanaf het allereerste moment.(...)
De
stap van vorm naar letter
In groep 3 zitten 22 kinderen, voor de helft is Nederlands
niet de moedertaal.
Leerkracht Anke is al begonnen met stempelen en typen in de
klas.
Ze wil een relatie tot stand brengen tussen deze activiteiten
en die de kinderen in groep 1 en 2 van de onderbouw doen.
Het prentenboek: 'Brammert en Tissie zijn Kwekkie kwijt'
gebruiken we als start. (...)
De doelen die we met deze lessen
willen bereiken zijn:
Dat de kinderen een eigen beleefde ervaring kunnen vertellen.
Dat ze vertellen over iets dat ze eens kwijtgeraakt zijn.(...)
Hoe
het ging de eerste les
Ik vraag de kinderen hoe ze gewend zijn een kring te maken.
In plaats van een antwoord te geven pakken ze hun stoeltjes
op en maken ter plekke een kring. Het valt me op dat de kinderen
liever een voorbeeld geven dan het begrip 'de kring' te verwoorden.
Ze doen dat ook vaak met gebaren en het wijzen in de richting
waar het onderwerp van hun verhaal zich bevindt. (...)
De kinderen vertellen om de beurt hun eigen naam en de naam
van hun knuffel thuis. (...)
Ik lees voor. Tijdens een wandeling verliest Tissie haar knuffel
Kwekkie in de sneeuw. Ze is ontroostbaar. Ze heeft nog wel
meer speelgoed, maar niet zo lief als Kwekkie.
We vertellen elkaar over de dingen die we kwijt raakten. Hoe
we die weer teruggevonden hebben, dingen die gestolen worden.
(...)
Tijdens de kring willen we op de regels voor het vertellen
blijven letten. (...)
Onze manier van vragen stellen, als begeleiders van de vertelkring,
is het doorvragen naar de geschiedenis van een verhaal; de
invalshoeken veranderen; van onderwerp veranderen als er geen
nieuwe dingen meer aan de orde komen.
We maken een getekend lijstje van alle kwijtgeraakte spullen.(...)
De kinderen laten de tekening in de kring zien en vertellen
het woord erbij.
Het is goed taal met elkaar te doen, in dit geval praten.
In het gesprek zit het materiaal om verder mee te kunnen gaan.
Eerst is het een getekende notitie van het ding.(...)
Laten we kijken wat er allemaal voor vormen aan een fiets
zitten. De kinderen noemen veel onderdelen op. We gaan van
de grijze papiertjes een fiets maken. (...)
De volgende stap is een ordening
Ik leg een achttal verschillende 'mooie' uit hun collectie
losse vormpjes op een apart vel en vraag de kinderen één
voor één soortgelijke vorm er bij te leggen.
Vormen die er op lijken of net zo mooi zijn.(...)
We gaan met de hele groep één tekening stempelen.(...)
Ondertussen heeft een van de kinderen met linkprint het bijpassende
woord samengesteld. Dat wordt boven de afdruk gestempeld.
(...)
Limograferen komt er bij
We bekijken alle schoenen en vergelijken ze, vooral van onder.
We vertellen over hoe het gaat als je je schoenen uittrekt,
waar je ze neer zet. Wie is zijn schoenen wel eens kwijt?
(...)
De lijstjes worden gemaakt over alle plekjes waar schoenen
staan in je huis.
We gaan nu limograferen, ik legt uit wat een stenciltje is,
waarvoor het dient.
De kinderen tekenen op het stencil de plek waarover ze verteld
hebben.(...)
Ieder stempelt het woord boven de limograafafdruk.
De motorische handeling is een belangrijk element bij stempelen.
Bij het schrijven moet het meteen goed zijn. De Linkprint
kan gecorrigeerd worden. (...)
Er zijn slakken in de klas
De kinderen vertellen er voor de les enthousiast over. We
kunnen de hele kleine kinderslakjes zien en ik vraagt of je
kunt zien wat de jongensslakjes zijn en wat de meisjes. (...)
ik vraag waaraan je mensen-meisjes herkent. Aan hun lange
haren, zeggen ze. Zijn er dan geen meisjes met korte haren?
we kijken de kring rond. Meisjes hebben ook twee ringen in
hun oren en jongens altijd maar één. We gaan
onze gaatjes in oren, en gaatjes in je hand en op je wang
tellen. Zo beginnen we de kring.(...)
De bedoeling is dat de kinderen duidelijk zijn en in een logische
volgorde vertellen. De dingen bij de naam noemen in plaats
van 'dinges' of 'spullen'.(...)
We moeten
er voor oppassen dat we de kinderen geen vragen stellen omdat
we zo graag willen dat ze iets bepaalds zeggen. Vragen moeten
ook voor de leerkracht een element van nieuwsgierigheid bevatten
in plaats dat ze dienen als opstap voor iets anders. (...)
Het moet de moeite waard zijn om iets te vertellen. Kinderen
denken soms dat het niet belangrijk genoeg is wat ze te vertellen
hebben en doen het dus niet. De kinderen moeten leren met
zelfvertrouwen naar hun ervaringen te kijken. (...)
Beginnen
we meteen met schrijfschrift, of komen de stokletters eerst?
Zijn de stokletters er alleen om te lezen?
Ik moet een onderscheid benadrukken tussen het leren van de
technische schrijfvaardigheid en de inhoud van het kunnen
schrijven; het verwoorden van ervaringen en het vastleggen
ervan.
Het kan daarom geen kwaad dat ze met die verschillen leren
omgaan.
Hoe sta je op de foto?
Voorlezen uit 'Brammert en Tissie' 'even lachen'. Het gaat
over foto's van vroeger. We vertellen over foto's waar je
op staat. ' Weet je nog die ene keer dat je een mooi pak aan
had en dat je daarmee op de foto ging?' (...)
Het beschrijven van de foto is moeilijker dan het vertellen
over de situatie die op de foto te zien is.
Deze keer maken we de tekeningen voor het lijstje een voor
een.
Eerst een tekening over een foto als baby. Daarna een waarop
je iets doet. Dan dat je een keer op vakantie bent en tenslotte
een waar je met iemand anders op staat.
De volgende les heeft iedereen een foto meegebracht waar je
op staat samen met iemand anders.(...)
Er zijn verschillende bedoelingen met de fotoactiviteit: beschrijven
wat op de foto te zien is, of de foto gebruiken om op een
verhaal te komen.
De kinderen maken kennis met een 'overlevering', wat heeft
je moeder of je vader verteld over toen je baby was.
De kinderen leren een onderscheid te maken tussen de achtergrond
op de foto waar alles zich afspeelt, de persoon waar het om
gaat en wat die doet en de objecten die verder een rol spelen.(...).
Het
boek drukken
We gaan vandaag 15 boeken maken. De stapeltjes gedrukte blaadjes
liggen klaar. De voor- en achterkant zijn op gekleurd papier
gemaakt. De titel staat er op: 'Mijn broer en ik'. Het verhaal
waar de titel uit komt moet natuurlijk voorop.
We zetten in het midden tafels bij elkaar.
Een voor een krijgt iemand de beurt om de afdrukken naast
elkaar te leggen. (...)
Als het boek klaar is kunnen we het
voorlezen in de kring.
Een tweetal krijgt één boekje. Om de beurt leest
iemand een verhaaltje voor. Het tweetal helpt elkaar. Lukt
het 'voorlezen' niet helemaal dan mag je iemand laten voorfluisteren.
(...)
Een boek is er voor om door anderen gelezen te worden. We
praten erover hoe dat gaat. Waar staan veel boeken? 'In de
bibliotheek'. We maken er een 'definitiezin' over. (...)
De boeken die we zelf gemaakt hebben komen ook in de uitleen.
Je mag het boek een paar dagen mee naar huis nemen om te laten
zien. De andere groepen krijgen ook een boek. We oefenen het
aanbieden.
Na
zes keer werken
We praten over de leuke, de moeilijke en de gemakkelijke dingen.
Het belang van het voorfluisteren is heel groot. In de eerste
plaats zijn alle kinderen bij het 'voorlezen' betrokken, ook
die nog niet goed kunnen lezen. Het saamhorigheidsgevoel wordt
er door versterkt, zowel als van de voorlezer als de voorfluisteraar.
(...)
De kinderen zijn heel gemotiveerd en op een natuurlijke manier
aan het 'stellen'. Het oproepen van eigen ervaringen en die
weergeven in woorden, mondeling zowel als schriftelijk, gaat
ze steeds gemakkelijker af.
De kinderen worden creatief in het zoeken van woorden die
op een bepaalde situatie slaan. Ze ontwikkelen een interesse
in letters en proberen er woorden van te vormen.
Ze trainen hun geheugen omdat ze een verhaal dat ze vertelden
en dat door de leerkracht opgeschreven is, later kunnen navertellen
alsof ze het kunnen lezen.
© Henk van Faassen
Dit is een verkorte versie van het lesontwerp, u kunt het
complete artikel opvragen: archief