Lesontwerp
Rekenen
is ook taal

Taal
in de rekenles
Op het moment dat de eigen teksten van de kinderen uit groep
drie opgeborgen worden en de rekenboekjes tevoorschijn komen
is taal er nog.
Dat kinderen het verschil tussen een taalles en een rekenles
herkennen is vanzelfsprekend.
Het is echter niet zo dat de taalontwikkeling stopt tijdens
de rekenles.
Verbeeldingsvermogen
in de rekenmethode
Bepaalde oefeningen uit een rekenmethode kunnen een betere
talige aanpak krijgen.
Bijvoorbeeld: een oefening in optellen en aftrekken gaat met
plaatjes van saaie autobussen op een rij.
De kinderen moeten invullen hoeveel mensen in en uitstappen.
Een andere oefening: de kinderen moeten een lijn trekken die
van het ene cijfertje naar het andere gaat. Aan het eind is
er dan een houterige tekening van, jawel, een autobus.
De zingeving van deze oefeningen is niet helder
De werkelijke ervaringen van kinderen met buslijnen verlopen
anders en ze kunnen ook betere tekeningen van autobussen maken
als ze niet door cijfertjes gedwongen worden een bepaalde
lijn te volgen.
In beide voorbeelden is per definitie geen sprake van het
ontwikkelen van verbeeldingsvermogen en dat is, zowel voor
reken- als taalvaardigheid, nodig.
Kan
het beter, is er iets anders?
Als we met dezelfde blik waarmee we naar taalvorming kijken
ook rekenvaardigheden bezien zijn er, in een belangrijk aantal
gevallen, oefeningen te bedenken die een geïntegreerde
opzet, en daarmee een dubbele opbrengst, hebben.(...)
Cijfers
rijmen op woorden
De les begint met het voorlezen van het versje 'Rekenen
op rijm' van Annie M.G. Schmidt.
.......Daar kwam een heel oud wijf, die heeft er eentje weggepikt.
toen waren er nog.... 'vijf', brult de klas.
Een enkeling heeft iets gemist in het op- en aftelrijmpje
en roept 'vier'. Dat heb je ervan als je nog niet zo snel
uit je hoofd kunt rekenen en nog onvoldoende literair gevormd
bent om de rijmwoorden te herkennen.
Hoe woorden op cijfers kunnen rijmen. (...)
Niks
is ook een cijfer
Er staan doosjes op de rand onder het bord. Met plakkertjes
zijn de cijfers goed zichtbaar aangebracht.
De inhoud is nog niet te zien, behalve dan bij die tennisbal
die boven het doosje uitsteekt. De doosjes gaan op het moment
dat een cijfer in het versje geroepen wordt naar een leerling.
(...)
Mohammed is boos. Hij beweegt zijn vinger woest in het elfde
bakje. Er zit niets in, wat moet hij roepen? "Leeg, niks,
op" Hoe belangrijk de nul in ons digitale tijdperk is
blijft voor hem voorlopig verborgen.
Voor een rekenles is het roepen van het juiste cijfer voldoende.
Taalvorming gaat verder en de rekenles wordt ook vanzelf leuker.
Manipuleren
met getallen
De volgende opdracht is dat de kinderen met elkaar de spullen
uit de doosjes ruilen.
Het aantal moet wel weer kloppen met het cijfer op het bakje.
De kinderen van het tafelgroepje die eerst geen bakje hadden
krijgen er nu eentje in beheer. Enthousiast begint de ruilhandel.
(...)
De kinderen leren te kijken naar de begrippen "veel,
de meeste, minder en weinig". Ze tellen de verschillende
voorwerpen op en trekken af en kijken steeds of het klopt.
Ze weten dat het met hele zinnen moet. "Ik heb één
wit krijtje, twee kleurkrijtjes en drie pennen in mijn bakje"
Als ik vraag wat je meestal met die dingen doet komt er achteraan:
"Met het witte krijtje schrijf ik op het bord, met de
kleurkrijtjes teken ik en met de drie pennen schrijf ik in
mijn taalschrift".
Bij Rolf klopt het niet. Hij mist een voorwerp en hij lost
het op door een potlood uit zijn laatje erbij te doen. Mohammed
weet wel waarom het bij Rolf niet klopt, maar hij heeft nu
ook iets te melden: "Ik heb een eikeltje en dat viel
uit de boom in mijn bakje". Hij kijkt er slim bij.
Nu
een heleboel voorwerpen in de bakjes
De kinderen stellen bakjes samen en gebruiken alles wat er
in de klas te vinden is. Natuurlijk eerst de rekenblokjes,
daar zijn er een heleboel van. Maar ook enveloppen, prittstiften,
vlakgommetjes.
Een eindeloos enthousiast gereken en getel. Voorwerpen die
betekenis hebben, waar je iets mee kunt doen. Kastanjes die
je zelf in het park opgeraapt hebt. "Er zitten twee
dingen in mijn doosje. Ik heb een schaartje en een prittstift.
Alles wat ik in twee stukken knip kan ik weer aan elkaar lijmen,
dan is het weer één"
Zo
is een rekenles een prachtige taalles geworden en andersom
©
Henk van Faassen
Dit is een verkorte versie van het artikel, voorbeelden zijn
niet opgenomen.
Het complete artikel opvragen: archief
taalvorming