startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur

taalwerkvormen


bekijk
foto's, werk



Lesontwerp

Rekenen is ook taal

Taal in de rekenles
Op het moment dat de eigen teksten van de kinderen uit groep drie opgeborgen worden en de rekenboekjes tevoorschijn komen is taal er nog.
Dat kinderen het verschil tussen een taalles en een rekenles herkennen is vanzelfsprekend.
Het is echter niet zo dat de taalontwikkeling stopt tijdens de rekenles.

Verbeeldingsvermogen in de rekenmethode
Bepaalde oefeningen uit een rekenmethode kunnen een betere talige aanpak krijgen.
Bijvoorbeeld: een oefening in optellen en aftrekken gaat met plaatjes van saaie autobussen op een rij.
De kinderen moeten invullen hoeveel mensen in en uitstappen.
Een andere oefening: de kinderen moeten een lijn trekken die van het ene cijfertje naar het andere gaat. Aan het eind is er dan een houterige tekening van, jawel, een autobus.
De zingeving van deze oefeningen is niet helder
De werkelijke ervaringen van kinderen met buslijnen verlopen anders en ze kunnen ook betere tekeningen van autobussen maken als ze niet door cijfertjes gedwongen worden een bepaalde lijn te volgen.
In beide voorbeelden is per definitie geen sprake van het ontwikkelen van verbeeldingsvermogen en dat is, zowel voor reken- als taalvaardigheid, nodig.

Kan het beter, is er iets anders?
Als we met dezelfde blik waarmee we naar taalvorming kijken ook rekenvaardigheden bezien zijn er, in een belangrijk aantal gevallen, oefeningen te bedenken die een geïntegreerde opzet, en daarmee een dubbele opbrengst, hebben.

Een voorbeeld: een van de kinderen heeft problemen met de 6 en de 9 die hij voortdurend verkeerd om schrijft. Op zijn tafeltje staan twee doosjes. Op het ene doosje staat een 6 en daarin zitten zes hazelnoten. In het andere een 9 met negen noten. Hij kijkt er de hele dag naar, telt de noten af en toe en speelt met de doosjes. Dat bracht ons op het idee om voor de hele klas doosjes te maken. Elf doosjes. In het eerste een tennisbal, eigenlijk te groot voor het doosje. In het tweede twee kleine plastic kipjes, drie kastanjes uit de bak met herfst-spullen die de kinderen bijeen gezocht hebben. Zo verder, vier balpennen, vijf witte bordkrijtjes, zes hazelnoten in de dop, 'ze lijken op eikels' zeggen de kinderen. Zeven schaartjes, acht paperclips, negen letter-dobbelstenen en tien gekleurde krijtjes. Het elfde bakje blijft leeg.

Cijfers rijmen op woorden
De les begint met het voorlezen van het versje 'Rekenen op rijm' van Annie M.G. Schmidt.
.......Daar kwam een heel oud wijf, die heeft er eentje weggepikt. toen waren er nog.... 'vijf', brult de klas.
Een enkeling heeft iets gemist in het op- en aftelrijmpje en roept 'vier'. Dat heb je ervan als je nog niet zo snel uit je hoofd kunt rekenen en nog onvoldoende literair gevormd bent om de rijmwoorden te herkennen.
Hoe woorden op cijfers kunnen rijmen.
Hoe een pot met zeven zoete zuurtjes leeg en gevuld raakt. Hoe zuurtjes zowel zoet als zuur kunnen zijn. We lezen het gedicht een paar keer zodat alle kinderen het kennen. De laatste regels zijn het leukste. Daarin worden de kinderen gefopt. "Tien zoete zuurtjes. Ik at ze op, alleen. Nu is het hele flesje leeg. Nou heb ik er...." "Nul", brult de klas. Mis, "Nou heb ik er geen een". Annie houdt er wel van om kinderen te foppen. Ze zorgt ervoor dat kinderen niet slaafs een bepaald patroon volgen.

Niks is ook een cijfer
De doosjes staan op de rand onder het bord. Met plakkertjes zijn de cijfers goed zichtbaar. De inhoud is nog niet te zien, behalve dan bij die tennisbal die boven het doosje uitsteekt. De doosjes gaan op het moment dat een cijfer in het versje geroepen wordt naar een leerling. Ongeveer twee doosjes per tafelgroepje. De kinderen zijn nieuwsgierig wat er in zit en tellen meteen of het klopt wat er op staat. Als ik vraag naar de uitkomst van hun onderzoekje roepen ze "zes" of "vier".
Mohammed is boos. Hij beweegt zijn vinger woest in het elfde bakje. Er zit niets in, wat moet hij roepen? "Leeg, niks, op" Hoe belangrijk de nul in ons digitale tijdperk is blijft voor hem voorlopig verborgen. Hij veert op als er ook een nul voor de cijferreeks voor de klas blijkt te hangen.
Ik ben niet tevreden met het roepen van getallen.
Ik wil graag dat kinderen zinnen zeggen. "Drie kastanjes" of "Drie bruine kastanjes" maar nog beter is: "Drie bruine kastanjes, eentje is klein, de andere twee glimmen". Uiteindelijk: "Ik heb drie bruine kastanjes in mijn doosje, eentje is kleiner, de andere twee glimmen mooier" Voor een rekenles is het roepen van het juiste cijfer voldoende. Taalvorming gaat verder en de rekenles wordt ook vanzelf leuker.

Manipuleren met getallen
De volgende opdracht is dat de kinderen met elkaar de spullen uit de doosjes ruilen. Het aantal moet wel weer kloppen met het cijfer op het bakje. De kinderen van het tafelgroepje die eerst geen bakje hadden krijgen er nu eentje in beheer. Enthousiast begint de ruilhandel. Mohammed is nog steeds boos want hij heeft niets om te ruilen. Snel pikt hij een eikeltje. Als de kinderen weer op hun plaats zitten brengen ze verslag uit. Ze weten dat het met hele zinnen moet. "Ik heb één wit krijtje, twee kleurkrijtjes en drie pennen in mijn bakje"
Als ik vraag wat je meestal met die dingen doet komt er achteraan: "Met het witte krijtje schrijf ik op het bord, met de kleurkrijtjes teken ik en met de drie pennen schrijf ik in mijn taalschrift".
We praten erover dat je met drie pennen in je hand drie dezelfde zinnen tegelijk kunt schrijven. Het is een bekende truc bij strafwerk waarbij je altijd gesnapt werd.
De kinderen leren te kijken naar de begrippen "veel, de meeste, minder en weinig". Ze tellen de verschillende voorwerpen op en trekken af en kijken steeds of het klopt.
Bij Rolf klopt het niet. Hij mist een voorwerp en hij lost het op door een potlood uit zijn laatje erbij te doen. Mohammed weet wel waarom het bij Rolf niet klopt, maar hij heeft nu ook iets te melden: "Ik heb een eikeltje en dat viel uit de boom in mijn bakje".
Hij kijkt er slim bij.

Nu een heleboel voorwerpen in de bakjes
De kinderen stellen bakjes samen en gebruiken alles wat er in de klas te vinden is. Natuurlijk eerst de rekenblokjes, daar zijn er een heleboel van. Maar ook enveloppen, prittstiften, vlakgommetjes.
Een eindeloos enthousiast gereken en getel. Voorwerpen die betekenis hebben, waar je iets mee kunt doen. Kastanjes die je zelf in het park opgeraapt hebt. "Er zitten twee dingen in mijn doosje. Ik heb een schaartje en een prittstift. Alles wat ik in twee stukken knip kan ik weer aan elkaar lijmen, dan is het weer één"

Zo is een rekenles een prachtige taalles geworden en andersom

Henk van Faassen


naar boven

terug naar lesontwerpen