startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
gedichten



Lesontwerp
Met een grote stapel dichtbundels de klas in


Is er altijd voldoende aandacht voor het 'waarom' van een les?
Lessen taalvorming hebben een reden om die les te geven op die bepaalde manier, op dat bepaalde moment.

Welke rol spelen de kinderen?
Vaak zijn de kinderen geen factor van betekenis bij het ontwerpen van een les, ze worden onderworpen aan de systematische inrichting van het taalonderwijs.
Dat is jammer, want ik hoor om mij heen dat het onderwijs betekenisvol zou moeten zijn. Dan spelen de kinderen een belangrijker rol bij het bepalen van inhoud en vorm van een les dan nu veelal het geval is.
De vraag is hoe je kinderen kunt betrekken bij het ontwerpen van je les en dan tevens te voldoen aan de kerndoelen van taalontwikkeling.
In dit artikel zijn een paar aanzetten beschreven.
Vooral het werken met korte verhalen en gedichten uit de literatuur komen aan bod.

Verschillende manieren om een les taalvorming te beginnen
Bijvoorbeeld de 'nuloptie'.
Zonder vooropgezet plan of thema in de kring gaan zitten en je laten inspireren door de kinderen.
De dingen die ze zeggen en doen voordat ze door hebben dat de les eigenlijk al begonnen is bepalen de inhoud van de les.
Ik buig de gesprekken om naar een gemeenschappelijke ervaring. Vervolgens probeer ik het onderwerp te verdiepen en te vergroten. (...)
Een andere manier is het werken met voorwerpen in de kring.
De associaties op de voorwerpen van de één brengen een ander bij een eigen verhaal. (...)
Het voorlezen of laten voorlezen van een kort verhaal of een gedicht is bij taalvorming een veelgebruikte manier om de les te beginnen.
Wat er gebeurt als de kinderen zelf de gedichten uitzoeken.

Starten met een gedicht dat de kinderen van groep 7 gevonden hebben
Ik wil graag dat de kinderen zelf bepalen welke gedichten voorgelezen worden, waar we het vandaag over gaan hebben, wat we gaan vertellen en waarover we schrijven.
Ik heb een grote stapel bundels en bloemlezingen bij me. (...)

Werken met een 'spreker'
De kinderen zitten in zes tafelgroepjes van ongeveer vijf kinderen.
Een van de kinderen in ieder groepje is de 'spreker', die is herkenbaar aan een 'sprekersblokje' voor zich.
Alle bundels liggen op een tafel voor de klas uitgespreid.
Ik vraag alle sprekers twee bundels uit te kiezen. (...)
Terug in hun groepje vraag ik de sprekers om in het groepje, samen met de anderen, uit de twee bundels er één te kiezen. (...)
Dan vraag ik het groepje één gedicht uit te kiezen.
De spreker zal het gedicht voor de klas voorlezen.
Nu lezen de kinderen de gedichten wat nauwkeuriger, praten erover, onderhandelen over de keuze. (...)


Er kunnen vragen gesteld worden aan de spreker, de voorlezer
Vragen als "waarom hebben jullie voor dit gedicht gekozen" rem ik af. Hoe de keuze is gemaakt valt niet gemakkelijk te verantwoorden en als er een antwoord komt : "die vonden we leuk", schieten we daar niet veel mee op.
Voorzichtig dirigeer ik de vragen naar de inhoud, noem een woord uit het gedicht met een vragende blik, stel zelf een vraag tussendoor. (...)

(volgt een bespreking van de gekozen gedichten en een schrijfronde)

Kan deze manier van werken ook in groep 4/5?
In deze groep heten de sprekers 'kwakers' en die hebben een drijfeend of een badeendje voor zich. Een van de eendjes is zijn kop kwijt geraakt melden de kinderen mij.(...)
Zorgvuldig en bewust van hun belangrijke taak, kiezen de kwakers de twee bundels. Ze wegen af welke ze zullen nemen, bekijken de afbeeldingen op de omslagen. Enthousiast kiezen de kinderen vervolgens in het groepje die ene bundel waar dat ene gedicht in staat dat ze aanspreekt. (...)

Sleutelwoorden
In de pauze zijn alle uitgekozen gedichten vergroot gekopieerd. Alle kinderen krijgen de hele collectie in hun multomap. Ik vraag de kinderen het gedicht nog eens te lezen en sleutelwoorden op te zoeken. Woorden die te maken hebben met iets dat je zelf hebt beleefd.(...)

Dialogen
Ik vraag de kinderen om in de vorm van een dialoog te schrijven.
Te beginnen met het kiezen van de persoon waarmee je de dialoog voert.
Mijn broertje: "Zullen we met jouw auto's gaan spelen?"
Ik: "nee, want jij molt al mijn speelgoed"
enzovoort..(...)

In groep 8 is beslissen moeilijker
"De kinderen zijn al aardig aan het puberen" zegt leerkracht Theo, als ik vertel hoe goed en open de kinderen in groep 4/5 gewerkt hebben. Die openheid schijnt een beetje te verdwijnen als de kinderen in de bovenbouw terecht komen. Dat is jammer en zou er wat aan te doen zijn? In ieder geval gaan we met de stapel bundels aan de slag.
De sprekers zijn er en in de groepjes moeten besluiten genomen worden. We hebben het even over het nemen van beslissingen, hoe dat is en wat je moet doen om zelf beslissingen te nemen. Wie neemt zelf beslissingen en waarover?
Ja, ik beslis zelf wat ik vandaag aantrek. "Beslis je ook zelf bij het kopen van je kleren?" Het blijkt dat vaders en moeders dat toch wel vaak doen.
Nu beslissen we zelf over de keuze van de gedichten, het voorlezen en zo meer.

Als de gedichten voorgelezen zijn
We schrijven de sleutelwoorden weer op het bord.
Meteen erna worden de gedichten in dialoogvorm gespeeld.(...)
Dan schrijven we de dialogen. We leggen elkaar uit wat een dialoog eigenlijk is. Veel kinderen beschrijven, ondanks dat het een dialoog moet zijn met personages en een dubbele punt in de kantlijn, de gebeurtenis. Ze zijn het zo gewend. (...)

Die stapel, maar nu in groep drie
De kinderen hebben vaker met een gedichtje, rijmpje of versje gewerkt, maar die werden door de leerkracht voor ze uitgekozen uit de bundel: Ik geef je niet voor een kaperschip met tweehonderd witte zeilen. (...)
Het taalgebruik is aan de kinderen aangepast en de leerkracht kiest de gedichten die bij de thema's passen die in de groep aan de orde zijn.
Maar hoe zit het bijvoorbeeld met die ouderwetse rijmpjes? Hebben de kinderen van groep drie daar een beeld bij?
En hoe gaat het met gedichten die eigenlijk door grote mensen voor grote mensen geschreven zijn? Moeten we die gedichten bij ze weghouden tot ze 'er aan toe' zijn? (...)

Overal zijn teksten waar hun oog op valt.
Ze kiezen ervoor of ze die teksten lezen of dat ze er alleen naar kijken.
Als ze geïnteresseerd zijn in wat ze zien zullen ze ongemerkt ook leren wat er staat.
Ze zijn actief bezig met hun eigen leerproces en kunnen goed omgaan met de teksten die ze lezen.
Het kan geen kwaad die stapel gedichtenbundels toe te voegen aan de leesomgeving van de kinderen.
En het is goed als de kinderen zelf de gedichten kiezen uit een gevarieerd aanbod.
Laten we eens kijken hoe dat gaat. (...)

De kinderen zitten in de kring
Ze hebben nog niet eerder gewerkt met de gekleurde blokken die aangeven dat je 'spreker' bent. (...)
Ik leg uit waar de blokken voor zijn en deel ze uit. Als je een blok hebt mag je 'spreker' zijn, mag je voorlezen en dingen zeggen die je in je tafelgroepje gehoord hebt. (...)
Dan kom ik op de proppen met mijn stapel dichtbundels. Die liggen nu in het midden van de kring en de 'sprekers' mogen ieder er een uitzoeken. (...)
Met z'n drieën kiezen jullie een gedicht uit. Ik vraag of er een spreker is die één woord eruit kan voorlezen, dat woord schrijft de juf op het bord. 'Kwiek', 'veiligheid' 'kijk' 'whaaaww' 'voor'. Whaaaww is de brul van de tijger.
Wie kan een paar woorden, of een stukje van het vers voorlezen? En wie van de sprekers wil het helemaal voorlezen? (...)
H et kenmerk van het werken met die stapel gedichten is dat je als leerkracht tevoren niet weet waar de kinderen op zullen vallen. Dat is het spannende aan de werkvorm. (...)

Hoe kiezen de kinderen de gedichten
De illustraties zijn belangrijk bij het kiezen. In de tekening is in één oogopslag te zien waar het over gaat. Een gedicht moet je eerst kunnen lezen en daarna nog kunnen begrijpen ook.
Plotseling valt hun oog op een woord dat hen boeit, nog voor het een plaats in de context van het geheel heeft gekregen. (...)
Gaat het om het op gang brengen van een ervaringsstroom dan is je doel bereikt en hebben de kinderen een onderwerp bij de kop waar veel over te vertellen is en waar ze veel over weten.
Als het je om het gedicht als geheel gaat is het natuurlijk jammer dat het grootste deel van het gedicht overgeslagen is. Er moet iets gebeuren om de kinderen terug bij de brontekst te brengen. Na het korte uitstapje kan het gehele gedicht opnieuw voorgelezen worden en bestaat er een grote kans dat andere kenmerken de aandacht trekken.
Stimulerende vragen van de leerkracht helpen de kinderen uit meerdere facetten van de tekst te kiezen.

Er staan een aantal sleutelwoorden op het bord die ieder bij een gedicht horen.
Ik vraag de kinderen een getekend lijstje te maken bij één van de sleutelwoorden. Daarna volgen het gebruikelijke tweetalgesprek en de schrijfronde. (...)

Er zo werken de gedichten als opstappen naar zinvolle taallessen.

© Henk van Faassen


Dit is een verkorte versie van het lesontwerp.
Het complete artikel opvragen: archief taalvorming

naar boven

terug naar lesontwerpen